ECLI:NL:HR:2023:471

ECLI:NL:HR:2023:471, Hoge Raad, 18-04-2023, 21/04875

Instantie Hoge Raad
Datum uitspraak 18-04-2023
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 21/04875
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Cassatie
Gerelateerde zaken
Formele relatie: ECLI:NL:PHR:2023:97
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 13 zaken
Aangehaald door 6 zaken
4 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001854 BWBR0001903 BWBR0005662 BWBR0030250

Samenvatting

Beschikking op vordering OvJ ex art. 552f Sv tot onttrekking aan het verkeer van hond (Amerikaanse Staffordshire Bullterriër). Kan rechter bij beschikking op vordering ex art. 552f Sv teruggave van inbeslaggenomen voorwerp (onder voorwaarden) gelasten? Rb heeft vordering ex art. 552f Sv afgewezen en teruggave hond aan beslagene gelast onder voorwaarden dat hond buitenshuis zal worden gemuilkorfd en aangelijnd. In art. 36b.1.4 Sr is mogelijkheid geopend om voorwerpen bij afzonderlijke rechterlijke beschikking aan het verkeer te onttrekken, op vordering ex art. 552f.2 Sv. Die procedure voorziet er niet in dat Rb, als zij oordeelt dat vordering moet worden afgewezen, teruggave van inbeslaggenomen voorwerp gelast. Reeds daarom is in bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van Rb, dat wet voorziet in beslissing als door Rb genomen, onjuist. In geval waarin ook klaagschrift ex art. 552a.1 Sv aanhangig is, zal Rb in die procedure teruggave kunnen gelasten, zij het dat rechter daaraan geen voorwaarden kan verbinden (vgl. HR:2021:1573). Is geen klaagschrift ex art. 552a Sv aanhangig dan is het - ingeval vordering ex art. 552f Sv wordt afgewezen - aan de in art. 116.1 Sv bedoelde (hulp)OvJ om te beslissen over voortduren van beslag. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 21/04247 B.

Uitspraak

HOGE RAAD DER NEDERLANDEN

STRAFKAMER

Nummer 21/04875 B

Datum 18 april 2023

BESCHIKKING

op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam van 14 oktober 2021, nummer RK 21/1957, op een vordering als bedoeld in artikel 552f lid 2 van het Wetboek van Strafvordering, in de zaak

van

[belanghebbende] ,

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1967,

hierna: de belanghebbende.

1. Procesverloop in cassatie

Het beroep is ingesteld door de belanghebbende. Namens deze heeft J. Biemond, advocaat te ’s-Gravenhage, bij schriftuur cassatiemiddelen voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.

De advocaat-generaal P.M. Frielink heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot terugwijzing van de zaak naar de rechtbank Rotterdam, opdat de zaak op de bestaande vordering opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

2. Beoordeling van het tweede cassatiemiddel

Het cassatiemiddel klaagt dat de rechtbank de teruggave van een inbeslaggenomen hond heeft gelast onder de voorwaarden dat de hond buitenshuis zal worden gemuilkorfd en aangelijnd.

De rechtbank heeft een vordering van de officier van justitie als bedoeld in artikel 552f lid 2 van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) tot onttrekking aan het verkeer van de in het cassatiemiddel bedoelde hond afgewezen. De beschikking van de rechtbank houdt onder meer het volgende in:

“Beoordeling

Aan de hand van de beschikbare adviezen, waaronder dat van deskundige Planta, kan voldoende worden vastgesteld dat de hond een gevaar vormt voor kleine kinderen. In dat verband wordt in de risicoanalyse van het Riskassessmentteam van 15 juli 2021 geconcludeerd dat de hond niet terug kan naar beslagene omdat zij meerdere kinderen zou hebben in haar directe omgeving. Vaststaat echter dat het hierbij gaat om (bijna) meerderjarige kinderen en dat beslagene geen kleinkinderen heeft. Die conclusie wordt dus niet gedragen door de juiste feiten. Omdat verder niet valt in te zien dat en waarom het bij de hond vastgestelde gevaar niet kan worden beteugeld door hem, zoals geadviseerd door deskundige Planta, buitenshuis te muilkorven en aan te lijnen, komt de rechtbank tot het oordeel dat de hond onder die voorwaarden terug kan naar beslagene. Hierbij is meegenomen dat zij op zitting heeft aangegeven geen enkel bezwaar te hebben tegen de geadviseerde maatregelen. De vordering zal dus worden afgewezen, met teruggave van de hond aan beslagene.

Beslissing

De rechtbank:

- wijst af de vordering onttrekking van de officier van justitie;

- gelast de teruggave aan de beslagene van de hond [naam] , Staffordshire Bullterriër met chipnummer [001] , onder de voorwaarden dat de hond buitenshuis zal worden gemuilkorfd en aangelijnd.”

Bij de beoordeling van het cassatiemiddel zijn de volgende bepalingen van belang.

- Artikel 36b lid 1, aanhef en onder 4º, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr):

“Onttrekking aan het verkeer van in beslag genomen voorwerpen kan worden opgelegd:

(...)

4°. bij een afzonderlijke rechterlijke beschikking op vordering van het openbaar ministerie.”

- Artikel 552f leden 1 en 2 Sv:

“1. Bevoegd tot het geven van beschikkingen als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, onder 4°, van het Wetboek van Strafrecht is het gerecht waarvoor de zaak in eerste aanleg zal worden vervolgd, is vervolgd of had kunnen worden vervolgd.

2. De beschikking wordt niet gegeven dan op een met redenen omklede vordering van de officier van justitie.”

In artikel 36b lid 1, aanhef en onder 4º, Sr is de mogelijkheid geopend om voorwerpen bij afzonderlijke rechterlijke beschikking aan het verkeer te onttrekken, op een vordering als bedoeld in artikel 552f lid 2 Sv. Die procedure voorziet er niet in dat de rechtbank, als zij oordeelt dat de vordering moet worden afgewezen, de teruggave van het inbeslaggenomen voorwerp gelast. Reeds daarom is het in de bestreden uitspraak besloten liggende oordeel van de rechtbank, dat de wet voorziet in een beslissing als door de rechtbank genomen, onjuist.

Het cassatiemiddel slaagt.

Opmerking verdient nog het volgende. In het geval waarin ook een klaagschrift als bedoeld in artikel 552a lid 1 Sv aanhangig is, zal de rechtbank in die procedure de teruggave kunnen gelasten, zij het dat de rechter daaraan geen voorwaarden kan verbinden (vgl. HR 2 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1573, rechtsoverweging 2.7). Is geen klaagschrift als bedoeld in artikel 552a Sv aanhangig dan is het - ingeval de vordering als bedoeld in artikel 552f lid 2 Sv wordt afgewezen - aan de in artikel 116 lid 1 Sv bedoelde (hulp)officier van justitie om te beslissen over het voortduren van het beslag.

3. Beoordeling van het eerste cassatiemiddel

Gelet op de beslissing die hierna volgt, is bespreking van het cassatiemiddel niet nodig.

4. Beslissing

De Hoge Raad:

- vernietigt de beschikking van de rechtbank;

- wijst de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam, opdat de zaak opnieuw wordt behandeld en afgedaan.

Deze beschikking is gegeven door de vice-president V. van den Brink als voorzitter, en de raadsheren A.L.J. van Strien en C. Caminada, in bijzijn van de waarnemend griffier H.J.S. Kea, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 april 2023.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl SR-Updates.nl 2023-0092 NJB 2023/1180 RvdW 2023/517 NJ 2023/165
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?