HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CIVIELE KAMER
Nummer 21/05009
Datum 20 januari 2023
ARREST
In de zaak van
REMIA C.V.,
gevestigd te Den Dolder, gemeente Zeist,
EISERES tot cassatie,
hierna: Remia,
advocaat: N.E. Groeneveld-Tijssens, aanvankelijk ook S.A.L. van de Sande,
tegen
1. TER INGREDIENTS GMBH & CO. KG,
gevestigd te Hamburg, Duitsland,
2. TER INGREDIENTS VERWALTUNGS GMBH,
gevestigd te Hamburg, Duitsland,
VERWEERSTERS in cassatie,
hierna gezamenlijk: TER c.s.,
advocaat: M.S. van der Keur.
1. Procesverloop in cassatie
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/16/441199 / HA ZA 17-515 van de rechtbank Midden-Nederland van 25 oktober 2017, 11 juli 2018, 27 maart 2019 en 8 mei 2019;
b. het arrest in de zaak 200.259.204 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 7 september 2021.
Remia heeft tegen het arrest van het hof beroep in cassatie ingesteld.
TER c.s. hebben verzocht het beroep te verwerpen.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten, en voor TER c.s. mede door D.M. de Knijff.
De conclusie van de Advocaat-Generaal P. Vlas strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van Remia heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.
2. Beoordeling van het middel
De Hoge Raad heeft de klachten over het arrest van het hof beoordeeld. De uitkomst hiervan is dat deze klachten niet kunnen leiden tot vernietiging van dat arrest. De Hoge Raad hoeft niet te motiveren waarom hij tot dit oordeel is gekomen. Bij de beoordeling van deze klachten is het namelijk niet nodig om antwoord te geven op vragen die van belang zijn voor de eenheid of de ontwikkeling van het recht (zie artikel 81 lid 1 van de Wet op de rechterlijke organisatie).
3. Beslissing
De Hoge Raad:
- verwerpt het beroep;
- veroordeelt Remia in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van TER c.s. begroot op € 7.015,-- aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vicepresident M.V. Polak als voorzitter en de raadsheren C.E. du Perron en S.J. Schaafsma, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.J.P. Lock op 20 januari 2023.