ECLI:NL:RBGEL:2024:9800

ECLI:NL:RBGEL:2024:9800, Rechtbank Gelderland, 14-02-2024, 259665

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 14-02-2024
Datum publicatie Onbekend
Zaaknummer 259665
Rechtsgebied Civiel recht; Verbintenissenrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Arnhem
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Verwijst naar 7 zaken
Aangehaald door 2 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Verwijst naar

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0001827 BWBR0005289

Samenvatting

Financiële afwikkeling van gezamenlijk ontwikkelde bouwprojecten. Uitleg van overeenkomsten, partijdebat daarover

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaak- en rolnummers:

C/05/259665 / HA ZA 14-106

C/05/267599 / HA ZA 14-399

Vonnis van 14 februari 2024

in de gevoegde zaken van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eiser] ,

gevestigd te [plaats] ,

eisende partij in conventie in beide zaken,

verwerende partij in reconventie in beide zaken,

hierna te noemen: [eiser] ,

advocaat: mr. G.R.G. Driessen te Amsterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

MIDDENGEBIED GELDERMALSEN B.V.,

gevestigd te Tiel,

gedaagde partij in conventie in beide zaken,

eisende partij in reconventie in beide zaken,

hierna te noemen: Middengebied Geldermalsen,

advocaat: mr. E.H.H. Schelhaas te ’s-Hertogenbosch.

1. De procedure in beide zaken

Het verloop van de procedures blijkt uit:

- het tussenvonnis van 7 december 2022,

- de akte uitlating producties / overlegging producties / rectificatie van 13 april 2023 van de zijde van Middengebied Geldermalsen,

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 13 april 2023.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten in de beide zaken

[eiser] houdt zich bezig met projectontwikkeling. Haar bestuurders zijn de broers [betrokkene 1] ( [betrokkene 1] ) en [betrokkene 2] . Zij zijn de zoons van [betrokkene 3] , die bestuurder was van de vennootschap voor zijn zoons dat waren. [betrokkene 3] is overleden op 6 december 2011.

Middengebied Geldermalsen houdt zich eveneens bezig met projectontwikkeling. Haar bestuurder is Vastgoedbemiddeling Gelre B.V., van welke vennootschap [betrokkene 4] de bestuurder is. Hij is de jongere broer van [betrokkene 3] .

Partijen hebben samengewerkt bij de ontwikkeling van de projecten Emmalaan / Steenvliet / Middengebied, Hof van Gelre / Rabobank en Lingewaarden / Rijnvallei (fase I en fase II) te Geldermalsen.

Op 14 december 1999 heeft [betrokkene 4] als bestuurder van [bedrijf 1] , aan zijn broer [betrokkene 3] als bestuurder van de rechtsvoorgangster van [eiser] , bericht:

Hierdoor bevestigen wij dat wij met u (…) zijn overeengekomen dat u participeert in de helft van het risico en de winst van de nieuw te ontwikkelen plandelen Middengebied-Zuid en de Emmalaan te Geldermalsen. Zoals bekend hebben wij met [bedrijf 2] een overeenkomst gesloten over de ontwikkeling en de overname van de gronden/rechten, die zij heeft verworven, van de bedoelde plandelen in de gemeente Geldermalsen.

Middengebied Geldermalsen heeft een overeenkomst opgesteld tussen haarzelf (in de overeenkomst genoemd ‘Middengebied’ en ‘MG’) en de hiervoor genoemde rechtsvoorgangster van [eiser] (in de overeenkomst genoemd ‘ [eiser] ’), waarin bepalingen zijn opgenomen over de gezamenlijke ontwikkeling van het project Emmalaan / Steenvliet / Middengebied te Geldermalsen. Op deze overeenkomst staat de datum 17 mei 2000. Hij is niet ondertekend. Er staat in:

SAMENWERKINGSVERBAND

artikel 1

Middengebied en [eiser] zijn met ingang van zeventien mei tweeduizend (17-05-2000) met elkaar een samenwerking voor onbepaalde tijd aangegaan. Hiervoor was zulks al vastgelegd tussen [eiser] en [bedrijf 1]

DOEL

artikel 2

De samenwerking heeft ten doel voor gezamenlijke rekening en risico (in de verhouding 50% - 50%):

a. de door Middengebied van de gemeente Geldermalsen – (...) verworven bouwclaim (inzake de bouw van circa 150 woningen in plan Middengebied en 15 woningen aan de Emmalaan te Geldermalsen) tot ontwikkeling en realisatie te brengen en;

b. (...)

Inbreng

ARTIKEL 3

A. Door ieder van de vennoten wordt in de samenwerking ingebracht zijn volledige arbeid en kennis voor zover benodigd voor de werkzaamheden en het bereiken van het doel van de samenwerking.

B. Middengebied brengt tevens in de samenwerking in de jegens de gemeente Geldermalsen – middels [bedrijf 2] – verkregen claim tot ontwikkeling en realisatie van het hier bedoelde aantal woningen (circa 150 + 15 woningen) en overige rechten en aanspraken, welke overeenkomst is bekrachtigd door het besluit van de raad van die gemeente de dato 28 september negentien negen en negentig (28/09/99), in verband met welke inbreng

C. [eiser] in het samenwerkingsverband in contanten inbrengt een bedrag nodig ten behoeve van de verwerving van de grondpercelen in bedoeld plangebied en de bedoelde woningbouwontwikkelings- en realiseringsclaim.

D. [eiser] stelt een bedrag ter leen, groot fl. 9.450.000,-- à 5%, naarmate de bouw van het scholencomplex (...) vordert. MG vervolgens dit bedrag weer ter leen aan [bedrijf 2] .

(...)

FINANCIERING

artikel 7

1. De Vennoten zullen op gezamenlijke basis bijdragen in de financieringsbehoefte van het project. Ten behoeve van het aandeel van MG in het totale project – inclusief het deficit ter zake van de grondverwerving en de terleenstelling en de daarmee samenhangende kosten – gaan MG en [eiser] hierbij een rekening-courant verhouding aan, in het kader waarvan MG hierbij aan [eiser] verpandt het aandeel van MG in de rechten jegens de gemeente Geldermalsen – via [bedrijf 2] – en alle overige rechten en aanspraken van MG uit hoofde van deze overeenkomst.

2. (...)

3. De renteberekening zal geschieden op basis van 5 (5%).

4. (...)

5. (...)

ONTWIKKELING EN REALISATIE

Artikel 8

1. MG zal in nader overleg periodiek verantwoording afleggen over de stand van de door haar te openen projectrekening en de mutaties ter zake. In elk geval zal deze verantwoording eens per drie maanden geschieden.

2. Per datum einde van de onderhoudstermijn van de laatste woning van een projectfase zal het resultaat van de projectrekening(en) worden vastgesteld en zal (zullen) de projectrekening(en) worden afgesloten.Het saldo van de projectrekening(en) is voor elk der de Vennoten voor de helft direct opeisbaar c.q. verschuldigd tot het bedrag van dat saldo mits alle woningen uit de betreffende projectfase zijn verkocht en juridisch overgedragen.

(...)

EINDE SAMENWERKING VAN RECHTSWEGE

artikel 11

1. Het samenwerkingsverband eindigt van rechtswege nadat het project volledig is gerealiseerd en alle woningen zijn verkocht en in eigendom overgedragen.

(...)

[betrokkene 4] heeft de niet-ondertekende overeenkomst van 17 mei 2000 per fax aan [eiser] toegestuurd. Op het faxbericht staan twee verschillende data: bij ‘Datum’ staat 23 maart 2003 en in de kop bij de verzendgegevens staat: 23.mar.2004.

In de periode vanaf 2003 hebben partijen gezamenlijk het project Emmalaan / Steenvliet / Middengebied ontwikkeld. Het project is opgeleverd in 2006. De laatste woning is geleverd op 29 juni 2012 dan wel eind 2013.

In de periode vanaf 2004 hebben partijen gezamenlijk het project Hof van Gelre / Rabobank ontwikkeld (dan wel verder ontwikkeld). Het project is in 2008 opgeleverd. De laatste woning is geleverd op 4 juli 2014.

In december 2004 heeft Middengebied Geldermalsen bedrijfsgebouwen en loodsen die zijn gelegen aan de Rijnstraat/Lingeweg en de Kostverlorenkade te Geldermalsen aangekocht met het oog op de ontwikkeling van het project Rijnvallei / Lingewaarden. Het aandeel in deze aankoop van de zijde van [eiser] bedroeg € 1,5 miljoen. Zij heeft dat bedrag betaald op 14 december 2004. Het project is nog niet opgeleverd.

Middengebied Geldermalsen heeft een samenwerkingsovereenkomst opgesteld tussen haarzelf en [eiser] waarin bepalingen zijn opgenomen over de gezamenlijke ontwikkeling van het project Rijnvallei / Lingewaarden te Geldermalsen. Op deze overeenkomst staat de datum 15 december 2004. Hij is niet ondertekend.Er staat in:

SAMENWERKINGSVERBAND

Artikel 1

MG en [eiser] zijn met ingang van vijftien december twee-duizend-vier (15-12-2004) met elkaar een samenwerking voor onbepaalde tijd aangegaan.

DOEL

Artikel 2

De samenwerking heeft ten doel voor gezamenlijke rekening en risico (in de verhouding 50% - 50%):

a. de door MG van Rijnvallei verworven grondpercelen tot bouwontwikkeling en realisatie te brengen en;

b. (...)

INBRENG

Artikel 3

a. Door ieder van de vennoten wordt in de samenwerking ingebracht zijn volledige arbeid en kennis voor zover benodigd voor de werkzaamheden en het bereiken van het doel van de samenwerking.

b. MG brengt tevens in de samenwerking in de bedoelde grondpercelen, kadastraal bekend …… gemeente Geldermalsen

c. [eiser] in het samenwerkingsverband in contanten inbrengt een bedrag van circa € 3.100.000,-- en MG € 2.000.000,-- samen vormen deze bedragen de totale koopsom van de zogenaamde 1e en 2e fase van de Rijnvallei.

PROJECTTEAM

Artikel 4

1. De Vennoten hebben voor de ontwikkeling van het bouwproject een Projectteam ingesteld, waarin ieder der Vennoten is vertegenwoordigd.

2. (...)

3. Namens [eiser] heeft in het projectteam zitting de heer [betrokkene 3] , namens MG de heer [betrokkene 4] . Ieder van de vennoten is bevoegd zijn afvaardiging – na overleg door de ander – in het Projectteam te wijzigen.

4. (...)

FINANCIERING

Artikel 7

1. De Vennoten zullen op gezamenlijke basis bijdragen in de financieringsbehoefte van het project. Ten behoeve van het aandeel van MG in het totale project – inclusief het deficit ter zake van de grondverwerving en de daarmee samenhangende kosten – gaan [eiser] en MG hierbij een rekening-courant verhouding aan, in het kader waarvan MG hierbij aan [eiser] verpandt het ????? aandeel van MG in de gemeente Geldermalsen en alle overige rechten en aanspraken van MG uit hoofde van deze overeenkomst.

2. (...)

3. De renteberekening zal geschieden op basis van 4%.

4. (...)

5. (...)

ONTWIKKELING EN REALISATIE

Artikel 8

1. Ten behoeve van de samenwerking zullen de Vennoten bij de Rabobank te Tiel een projectrekening openen op welke rekening alle opbrengsten en kosten ter zake de voorbereiding en uitvoering als in deze overeenkomst bedoeld, zullen worden geboekt. Als beheerder van deze rekening(en) zal MG optreden. Per projectfase zal een projectrekening worden geopend. Als “projectfase” beschouwen de Vennoten elk deel van het project dat afzonderlijk in aanbouw wordt genomen.

2. MG zal in nader overleg periodiek verantwoording afleggen over de stand van de projectrekening en de mutaties ter zake. In elk geval zal deze verantwoording eens per half jaar geschieden.

3. Per datum einde van de onderhoudstermijn van de laatste woning van een projectfase zal het resultaat van de projectrekening(en) worden vastgesteld en zal (zullen) de projectrekening(en) worden afgesloten.Het saldo van de projectrekening(en) is voor elk der de Vennoten voor de helft direct opeisbaar c.q. verschuldigd tot het bedrag van dat saldo mits alle woningen uit de betreffende projectfase zijn verkocht en juridisch overgedragen.

(...)

EINDE SAMENWERKING VAN RECHTSWEGE

Artikel 11

1. Het samenwerkingsverband eindigt van rechtswege nadat het project volledig is gerealiseerd en alle woningen zijn verkocht en in eigendom overgedragen.

2. (...)

[eiser] en Middengebied Geldermalsen hebben op 2 september 2005 een overeenkomst van geldlening gesloten. [eiser] heeft op grond daarvan € 687.936,53 aan Middengebied Geldermalsen geleend. In de overeenkomst, waarin [eiser] ‘Schuldeiser’ wordt genoemd en Middengebied Geldermalsen ‘Schuldenaar’, staat:

in aanmerking nemende dat:

 Schuldenaar op 23 augustus 2005 een (...) perceel grond met opstallen aan de Rijnstraat 8 en 10 te Geldermalsen (...) [heeft gekocht; toevoeging rechtbank]

 Schuldenaar in het kader van de aankoop van het Perceel behoefte had aan financiering;

 Schuldeiser terzake bereid is geweest een bedrag ter grootte van € 687.936,53 (...) ten titel van geldlening aan Schuldenaar ter leen te verstrekken, hetgeen zij op of omstreeks 15 september 2005 heeft gedaan;

 Schuldenaar aldus een schuld ten titel van geldlening heeft verkregen aan Schuldeiser, welke schuld op of omstreeks 15 september 2005 € 687.936,53 (...) bedroeg;

 Schuldenaar het Perceel voor gezamenlijke rekening en risico met de schuldeiser zal gaan exploiteren;

 (...)

komen als volgt overeen:

Artikel 1 Geldlening

1. Schuldeiser heeft op of omstreeks 15 september 2005 aan Schuldenaar ten titel van geldlening verstrekt, gelijk Schuldenaar van Schuldeiser heeft aanvaard, een bedrag ter grootte van € 687.936,53 (...) en heeft mitsdien dit bedrag (...) van Schuldenaar te vorderen.

(...)

Artikel 2 Rentevergoeding

1. Over de geleende Som, althans het nog niet afgeloste gedeelte daarvan, is Schuldenaar vanaf de in artikel 1 aangeduide datum aan Schuldeiser een (...) jaarlijkse rentevergoeding verschuldigd ter grootte van 4%.

(...)

Artikel 3 Duur van de overeenkomst

Deze overeenkomst is aangegaan voor bepaalde tijd, te weten tot 15 september 2012 of zoveel eerder. De geleende som inclusief rente en kosten dient uiterlijk op 15 september 2012 in zijn geheel te zijn terugbetaald, of zoveel eerder als de appartementen van het complex Rabobank annex parkeerplaats te Geldermalsen zijn opgeleverd (...)

(...)

Artikel 6 Betalingen

(...)

2. Bij te late betaling van enige som ter zake van aflossing of rente is Schuldenaar aan Schuldeiser de wettelijke rente verschuldigd over het achterstallige bedrag, te rekenen vanaf de vervaldatum tot aan de dag der algehele voldoening.

(...)

Artikel 7 Verrekening

1. Het is Schuldenaar niet toegestaan om enige betaling uit hoofde van deze overeenkomst te verrekenen met een vordering die zij op enig moment op Schuldeiser heeft of zal verkrijgen.

2. (...)

(...)

Artikel 10 Kosten

Alle kosten die Schuldeiser te enigertijd zal moeten maken om haar rechten uit deze overeenkomst veilig te stellen en te effectueren, komen voor rekening van Schuldenaar.

(...)

Artikel 12 Overige bepalingen

(...)

2. Alle aanvullingen op en wijzigingen van deze overeenkomst zijn slechts bindend voor Partijen indien zij zijn vastgelegd in een door beide Partijen ondertekend schriftelijk stuk.

(...)

Op 8 september 2005 heeft [eiser] aan Middengebied Geldermalsen bericht:

De gronden van de tweede fase Rijnvallei Geldermalsen willen wij, zoals we u reeds eerder meedeelden, op dezelfde wijze financieren als de eerste, ieder betaalt dus 50%.

Op 9 september 2005 heeft [betrokkene 3] aan [betrokkene 4] per e-mail met als onderwerp ‘Gronden Rijnvallei te Geldermalsen’ bericht:

Met u is niet afgesproken dat wij deze gronden zouden financieren. (...)

Financiering zou gebeuren ieder voor 50%. Dit is ook gebeurd met de eerste fase voor de gronden van Rijnvallei. Voor de tweede fase is géén uitzondering gemaakt m.b.t. de financiering.

Uit de winst van plan “Middengebied Geldermalsen” te Geldermalsen, waarvoor ook EUR 1.224.713,65 gebruikt is om een gedeelte van de eerste fase van de gronden van Rijnvallei te financieren moet ook deze tweede fase gefinancierd kunnen worden of een groot gedeelte hiervan. Ik stel voor dat EUR 675.631,50 van de winst uit project Middengebied Geldermalsen wordt gehaald en wij financieren dan EUR 700.000,00 c.q. de rest en lenen jullie hiervan 50%.

Daarop heeft [betrokkene 4] op 9 september 2005 per e-mail geantwoord:

Ik weet niet waar je mee bezig bent. Toen we zijn wezen kijken op locatie zei ik: “wij financieren tegen 4% rente”. Op het laatste moment kom je nu met allerlei afwijkende voorstellen. Er zit zowel geld in de Rabobank als in de eerste fase. Zodra de Rabobank is verkocht, kunnen we de lening direct afbetalen.

(...)

Inmiddels maken wij ook al kosten voor de Rabobank. Ik wil liquiditeit bewaren. Daarom wil ik niet al het geld in de grond stoppen. Je krijgt er gewoon rente over. Zodra de situatie het toelaat, lossen we onmiddellijk af. (...)

Ik vraag je dus om ons een leningsovereenkomst toe te zenden voor ons deel en zeg toe dat – indien je dat wenst – wij proberen elders een financiering te verkrijgen of jou af te lossen bij de verkoop van de Rabo die 1e helft volgend jaar is gepland.

Bij brief van 29 oktober 2008 heeft [eiser] Middengebied Geldermalsen bericht:

Zoals u bekend zullen eind november 2008 de laatste appartementen van het project “Rabobank” te Geldermalsen door Middengebied Geldermalsen B.V. worden opgeleverd. In dit verband verzoeken wij u om ons binnen twee maanden na oplevering, dus uiterlijk 31 januari 2009, een financieel overzicht van de exploitatie van dit project te doen toekomen.

Na de oplevering van de appartementen dient, ingevolge artikel 3 van de geldlening-overeenkomst van 2 september 2005, worden overgegaan tot aflossing van de aan u verstrekte geldlening tot een bedrag van, in hoofdsom, € 682.299,83. Vermeerderd met 4% rente over de maanden oktober 2008 en november 2008 verzoeken u er voor zorg te dragen dat uiterlijk 1 december 2008 een bedrag van € 686.848,50 wordt bijgeschreven op onze rekening (...)

Voorts verzoeken wij u over te gaan tot aflossing van de door ons in 2004 aan u ter beschikking gestelde gelden voor de aankoop van het pand “Rabobank” te Geldermalsen. De stand van deze lening bedroeg ultimo 2004 € 2.250.442. Over de periode van 1 januari 2005 tot en met 30 november 2008 is door u een rente verschuldigd van € 373.818. Vriendelijk verzoeken wij u er voor te zorgen dat een bedrag van € 2.624.260 uiterlijk 1 december 2008 wordt bijgeschreven op onze rekening (...)

(...) Zonder verder tegenbericht gaan wij er van uit dat op 1 december 2008 een bedrag van € 3.311.108,50 zal worden bijgeschreven op onze bankrekening en dat wij uiterlijk eind januari 2009 van u een financieel overzicht ontvangen van de exploitatie van het project “Rabobank”.

Bij brief van 26 januari 2009 heeft Middengebied Geldermalsen bericht:

Recent namen wij kennis van uw brief dd 14 januari jl. en de bijgesloten brief van 29 oktober 2008 (?).

Zoals bekend hebben wij met u een samenwerkingsverband waarin wij – ten principale – overeenkwamen dat de door ons verworven locaties die voor gezamenlijke rekening worden ontwikkeld en gerealiseerd door u worden gefinancierd. Uw verzoek correspondeert derhalve niet geheel met de gemaakte afspraken. Inhoudelijk het volgende:

1. Met betrekking tot de door u genoemde locatie Rijnvallei – 2e fase – hebben wij u in de gelegenheid gesteld hierin te participeren in ruil voor de financiering van ons deel. Daarbij zijn we uitgegaan van een ontwikkeling die in 2012 zijn beslag zou krijgen. Met betrekking tot de gesloten geldleningsovereenkomst nam u plotseling op – zonder enig overleg – dat de aflossing moest plaatsvinden nadat het project Rabobank zou zijn afgerond of 2012 (Uitgaande van een verkoop van alle appartementen, veronderstellen wij). Wij hebben deze getekend onder het voorbehoud dat wij over voldoende liquide middelen wensten te blijven beschikken en geen liquide middelen in de grond en opstallen wilden investeren. Bovendien is het nooit de bedoeling geweest dat wij ons deel voor de volle honderd procent tijdens de rit zouden financieren. (...) Tot heden vergoedden wij u elk kwartaal de rente. Wij verzoeken u derhalve deze lenings-overeenkomst in stand te houden, zoals partijen destijds bij het aangaan van de samenwerking ook hebben beoogd en bedoeld. We gaan ervan uit dat u daarvoor begrip heeft.

2. Met betrekking tot het project “de Rabobank” (Hof van Gelre) te Geldermalsen vraagt u een “waarborgsom” terug met rente. Wij hebben de accountant gevraagd om na te gaan of dit juist is conform de in het verleden gehanteerde handelswijze. Hij heeft ons toegezegd, uiterlijk in de 3e week van maart a.s. hieromtrent te rapporteren. In ieder geval zullen ook de andere objecten hierbij worden betrokken, zoals de Rijnvallei 1e fase. Zoals bekend hebben wij € 2.700.000,-- in deze transactie voorgeschoten, terwijl u de financiering daarvan zou doen in ruil voor uw participatie.

3. Ten aanzien van de oplevering van de appartementen (Hof van Gelre) delen wij u mede dat wij deze maand de laatste – verkochte – appartementen hebben opgeleverd. (...) In overleg met onze accountant kunnen wij u alvast een winstvoorschot doen toekomen van € 2.500.000 – 1.500.000 = € 1.000.000,-- - reservering kosten € 100.000 : 2 = € 450.000,--

4. Wij gaan er vanuit dat u, gezien de huidige recessie die om zich heen grijpt, begrip heeft voor ons standpunt in dezen en gaan ervan uit dat u met onze voorstellen instemt. Wij zijn u derhalve daarvoor bij voorbaat erkentelijk. (...)

Eind januari 2009 heeft Middengebied Geldermalsen € 450.000,00 aan [eiser] betaald als voorschot op de winst van het project Hof van Gelre / Rabobank.

Bij brief van 4 mei 2009 heeft [eiser] Middengebied Geldermalsen bericht:

Op 10 april hebben wij eindelijk de met uw brief van 26 januari toegezegde rapportage van uw accountant betreffende de plannen Steenvliet/Rabobank/Rijnvallei ontvangen. Helaas is de kwaliteit van de ontvangen rapportage omgekeerd evenredig aan de tijd (2,5 maand) die er voor is uitgetrokken om de rapportage op te stellen. Het is wat ons betreft een nietszeggende en door ons zo niet te controleren opstelling waarbij als uitgangspunt is genomen de situatie per 31 december 2007(!).

De rapportage is voor ons aanleiding geweest ons nog eens grondig te verdiepen in de met u gemaakte afspraken over onze samenwerking in de genoemde projecten. De basis voor deze samenwerking ligt in de door u op 23 maart 2003 aan ons toegezonden samenwerkingsovereenkomst. Deze overeenkomst is overigens door partijen niet getekend. Afspraken voor de ondertekening hiervan zijn door u meerdere malen afgezegd. Uitgangspunt voor de samenwerking is dat beide partijen op gezamenlijke basis bijdragen in de financieringsbehoefte van het project (artikel 7). Wij begrijpen dan ook de opmerking in uw brief van 26 januari niet waarin u stelt dat het “nooit de bedoeling is geweest dat wij ons deel voor de volle honderd procent tijdens de rit zouden financieren”. Ook in de verdere ontwikkeling en financiering van de projecten is uitgegaan van een gezamenlijke financiering. (...)

(...)

Samenvattend komen wij tot het volgende:

1. Wij verzoeken u per omgaande de aan u verstrekte lening voor de financiering van uw aandeel (€ 687.936,53) in de aankoop van Rijnvallei 2 af te lossen;

2. Rekening houdend met ons aandeel in de door u voor dit project betaalde architectkosten verzoeken wij u ons als voorschot op ons aandeel in de exploitatie-resultaten van Rijnvallei 1 per omgaande een bedrag van € 200.000,00 over te maken;

3. Wij verzoeken u uiterlijk 20 mei 2009 een bedrag van € 3.250.000,00 over te maken als nader voorschot op onze aandelen in de winsten van Steenvliet en het Rabobank-project;

4. Wij dienen nog van u te ontvangen de definitieve afrekening betreffende het project Steenvliet. Deze afrekening zien wij graag uiterlijk 5 juni 2009 tegemoet;

5. Wij ontvangen van u een voorlopige afrekening betreffende het project Rabobank. Ook deze afrekening zien wij graag uiterlijk 5 juni 2009 tegemoet;

6. Graag ontvangen wij van u uiterlijk 5 juni 2009 de exploitatieoverzichten over de jaren 2005, 2006, 2007 en 2008 van Rijnvallei 1.

(...)

Bij brief van 9 mei 2009 heeft Middengebied Geldermalsen hierop geantwoord:

Onder verwijzing naar uw brief d.d. 4 mei jl. merken wij het navolgende op:

1. Uw brief hebben wij om commentaar doorgezonden naar onze accountant. Zodra die reactie binnen is, zullen wij verder inhoudelijk op uw brief reageren. Alvorens dat te doen, lijkt het ons zinvol om met elkaar definitief te bepalen wat wij met elkaar beogen. Ons ontgaat de zin om brieven te ontvangen met een toonzetting zoals de onderhavige inzake – nota bene – door ons zelf geïnitieerde bouwprojecten die geen windeieren hebben gelegd en waarin afspraken uit een ver verleden worden ontkend. In een goede samenwerking past zulks niet, is onze overtuiging.

2. Met verwondering namen wij dan ook kennis van uw hierboven bedoelde brief, waarin u stelt dat wij met elkaar niet overeengekomen zouden zijn dat u de financiering van ons deel voor uw rekening neemt, in ruil voor 50% deelname in de winst/risico van de te verwerven/verworven locaties. Alle projecten zijn echter op basis van dit samenwerkingsprincipe tot stand gekomen en aangegaan. Waarom zouden wij anders überhaupt een samenwerking zijn aangegaan, als we ons deel steeds voor de volle honderd procent hadden moeten betalen in contanten? We hadden dan beter een financiering bij een bankinstelling kunnen aangaan tegen 50% aanbetaling uit eigen vermogen. (...)

3. Als u geen financiering heeft beoogd voor ons deel, dan hebben wij niet gemeend dat u participeert in de winst van onze projecten en verzoeken u per ommegaande de overgemaakte winstvoorschotten die zijn gemaakt op de onderscheidene projecten in de gemeente Geldermalsen terug te storten, waarna wij zelfstandig voor verdere financiering zullen zorgdragen.

4. Hoewel wij beseffen dat zonder uw samenwerking onze wereld langzamer zal draaien, menen wij dat we thans voor een keuze staan om een andere weg in te slaan. Wij willen graag samenwerken, maar hebben geen behoefte – zeker niet in de familiare verhouding – om zo met elkaar om te gaan. Wij hechten aan moraliteit, een prettige humane omgang, maar lijken door uw opstelling – als vreemden – van elkaar te komen staan. Dit is niet onze keuze.

5. (...)

6. Uit vorenstaande volgt dat wij u verzoeken ons mee te delen of u uw afspraken inzake de financiering wilt nakomen. Uiteraard zijn wij bereid u het daarvoor overeengekomen redelijke rentepercentage te blijven vergoeden. Zo niet dan verzoeken wij u de door ons aan u betaalde winstvoorschotten terug te betalen, na aftrek van uw gedane financiering(en). Immers onze voorwaarde voor de samenwerking inzake alle projecten was en is dat u de financiering voor ons deel terhand zou nemen in ruil voor uw deelname in de helft van het risico en de winst.

Bij brief van 13 mei 2009 heeft [eiser] aan Middengebied Geldermalsen bericht:

Jouw reacties op mijn brief van 4 mei verbazen mij hogelijk. (...) [eiser] en Middengebied Geldermalsen hebben een overeenkomst waarbij is afgesproken gezamenlijk één of meerdere projecten tot ontwikkeling te brengen. (...) Hierbij hoort dat wanneer projecten tot ontwikkeling zijn gebracht de samenwerkingspartners overgaan tot het verdelen van de winst. (...) Nu de projecten Steenvliet (overigens al in 2006) en de locatie Rabobank zijn opgeleverd vraagt [eiser] gewoon om een verantwoording van de resultaten van deze projecten en om uitkering van haar deel van de winst.

Op 17 november 2009 heeft [eiser] per e-mail aan [betrokkene 4] bericht:

Op 27 mei 2009 hebben wij met elkaar gesproken over mijn brief van 4 mei 2009. In dat gesprek heb jij toegezegd binnen 14 dagen contact met mij op te nemen voor het maken van een vervolgafspraak. Inmiddels zijn bijna zes maanden verstreken en heb ik van jou alleen eind september 2009 een bedrag van € 250.000,00 mogen ontvangen. Met referte aan mijn brief van 27 mei 2009 verzoek ik je nu over te gaan tot aflossing van de financiering van jouw aandeel in de aankoop van Rijnvallei 2 (€ 687.937,00) en tot uitkering van een voorschot van € 3.000.000,00, mijn aandeel in winst van Steenvliet en het Rabobankproject. Het totale bedrag van € 3.687.937,00 zie ik gaarne uiterlijk 3 december 2009 op mijn bankrekening (...) tegemoet.

Op 12 mei 2011 heeft [betrokkene 5] , de belastingadviseur van Middengebied Geldermalsen, aan [betrokkene 3] en [betrokkene 4] per e-mail bericht:

In het kader van duidelijkheid is het gewenst per project de mutaties te administreren en presenteren. Voorts worden afspraken gemaakt per project en zal per project een afrekening volgen.

Op 6 december 2011 is [betrokkene 3] overleden (zoals hiervoor reeds vermeld).

Bij brief van 31 oktober 2012 heeft [eiser] onder verwijzing naar art. 3 van de overeenkomst van geldlening aan Middengebied Geldermalsen verzocht het geleende bedrag aan haar terug te betalen vermeerderd met rente vanaf 15 september 2012. Middengebied Geldermalsen heeft hieraan geen gevolg gegeven. Zij heeft haar rentebetalingen op de geldlening in april 2013 gestaakt.

Bij brief van 15 juli 2013 heeft Middengebied Geldermalsen aan [eiser] bericht:

Onderwerp: plan de Lingewaarden te Geldermalsen

(...)

Zoals wij al meerdere malen hebben aangegeven: er is sprake van drie samenhangende projecten in Geldermalsen:

a. project Steenvliet;

b. project Rabobank/Hof van Gelre;

c. project Rijnvallei/Lingewaarden (fase I en fase II).

Ten aanzien van alle drie projecten is Middengebied Geldermalsen B.V. initiatiefnemer en penvoerder.

Zoals ook al het geval is geweest bij eerdere projecten bestond en bestaat de rol van [eiser] ( [eiser] ) uit het voor 50% participeren in het project waarbij [eiser] zowel haar eigen aandeel inbrengt als het aandeel van Middengebied Geldermalsen B.V. (MG) financiert. [eiser] financiert de projecten dan ook zolang als nodig is. Dit is gedurende een lange reeks van jaren het ontwikkelings- en financieringsprincipe. Er zijn geen projecten uitgevoerd die een ander principe kennen. Het is derhalve een bestendige lijn voor dit soort samenwerkingsverbanden. Er kan, mede gelet op hoe in het verleden is gehandeld, geen enkele twijfel of discussie bestaan over deze opzet.

Sindsdien zijn er echter een tweetal zaken gebeurd die kennelijk leidden tot een gewenste koerswijziging aan de kant van [eiser] .

Allereerst is daar natuurlijk het overlijden van de heer [betrokkene 3] die voordien directeur van [eiser] was. Enige tijd na het overlijden stelt u ( [betrokkene 1] [eiser] en [betrokkene 2] ) dat de samenwerking ten aanzien van het project Rijnvallei/Lingewaarden anders moet worden uitgelegd. De afspraken ten aanzien van alle projecten waaronder dit project zijn echter door mij met mijn broer gemaakt. MG zou nimmer grondpercelen hebben aangekocht als [eiser] niet de financiering had toegezegd. MG was daar destijds overigens ook niet toe in staat.

Daarnaast geldt dat de markt is veranderd. (...)

Ten aanzien van dit project is, evenals bij eerdere projecten het geval was, de samenwerkingsovereenkomst niet getekend. Gelet op de samenwerking in het verleden met mijn broer was dat ook niet noodzakelijk. Iedereen wist waar het om ging. Alle samenwerkingsovereenkomsten gaan uit van het principe dat [eiser] financiert en in ruil daarvan deelt in de winst en het risico. Voor beiden een aantrekkelijke samenwerking.

De duidelijke bedoeling van de geldleningsovereenkomst die in september 2005 is ondertekend, is dat [eiser] het aandeel van MG gedurende de looptijd van het project financiert. Daarnaast, zoals al aangegeven, voldoet [eiser] uiteraard haar eigen aandeel. In de overeenkomst is 15 september 2012 als “hypothetische einddatum” opgenomen aangezien volgens de toenmalige prognose het project rond die datum zou zijn afgerond. Zoals bekend is bij de uitvoering van het project vertraging ontstaan.

Volgens artikel 3 van de geldleningsovereenkomst zou de financiering ook al in 2009 opeisbaar zijn geraakt aangezien de appartementen van het complex Rabobank werden opgeleverd. In goed onderling overleg met mijn broer is toen, geheel in lijn met de gemaakte afspraken besproken en besloten dat de overeenkomst zou worden voortgezet totdat het project zou zijn afgerond. (...) Het plotseling opeisen van het geldbedrag (...) is dan ook in strijd met de gemaakte afspraken en met de aard van de samenwerking. Nogmaals: deze afspraken heb ik destijds met mijn broer gemaakt en zijn volledig in lijn met alle eerdere projecten.

(...)

Voor wat betreft hetgeen u stelt omtrent de “winstaandelen met de rente van de vorige projecten”: het is u goed bekend dat die winstaandelen ten dele zijn uitgekeerd en ten dele zijn aangewend voor het onderhavige project Rijnvallei/Lingewaarden. Hiermee is [eiser] (vertegenwoordigd door mijn broer) uiteraard akkoord gegaan, dit was nu juist de aard van de samenwerking ten aanzien van deze drie projecten. Vanaf de aanvang van de projecten is deze systematiek gevolgd.

Met toestemming van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 6 februari 2014 heeft [eiser] bij exploit van diezelfde datum ter verzekering van een op € 740.000,00 begrote vordering conservatoir beslag laten leggen op onroerende zaken van Middengebied Geldermalsen aan de Herman Kuijkstraat, de Rijnstraat, de Lingeweg, de Kostverlorenkade en de Emmalaan en op appartementsrechten van Middengebied Geldermalsen aan de Herman Kuijkstraat, allemaal te Geldermalsen.

Bij brief van 7 februari 2014 heeft de advocaat van [eiser] Middengebied Geldermalsen gesommeerd het geleende bedrag van € 687.936,53 terug te betalen binnen zeven dagen na dagtekening van de brief.

Met toestemming van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 26 juni 2014 heeft [eiser] bij exploot van diezelfde datum ten laste van Middengebied Geldermalsen conservatoir derdenbeslag gelegd onder de ABN AMRO bank ter verzekering van een vordering die is begroot op € 6,4 miljoen en bij exploot van 27 juni 2014 conservatoir beslag gelegd op onroerende zaken van Middengebied Geldermalsen aan de Herman Kuijkstraat, de Rijnstraat, de Lingeweg, de Kostverlorenkade en de Emmalaan en op appartementsrechten van Middengebied Geldermalsen aan de Herman Kuijkstraat, allemaal te Geldermalsen.

Bij brief van 8 september 2014 heeft Middengebied Geldermalsen [eiser] op basis van de samenwerking verzocht om haar de helft te betalen van de kosten die zij in de periode van januari tot en met mei 2014 heeft voorgeschoten in verband met het plan Lingewaarden en de helft van het totaalbedrag dat door [eiser] wordt gefinancierd, in totaal € 848.441,13 exclusief btw.

Half oktober 2014 is mr. F.B. Falkena op verzoek van partijen tussen hen gaan bemiddelen. Rond 23 oktober 2014 hebben partijen onder leiding van mr. Falkena overleg gevoerd.

Op 31 oktober 2014 heeft de toenmalige advocaat van [eiser] aan mr. Falkena per e-mail met cc aan de advocaat van Middengebied Geldermalsen bericht:

Onze cliënte [eiser] (...) heeft na ampel beraad, zowel intern als extern, noodgedwongen het besluit moeten nemen al de bestaande samenwerkingsverbanden met Middengebied Geldermalsen B.V. (...) en de aan beide partijen gelieerde andere vennootschappen op zo kort mogelijke termijn te ontbinden.

(...)

Het is derhalve in belang van beide partijen dat de zakelijke relatie ten spoedigste wordt ontbonden. Bovendien acht [eiser] een ontbinding van de zakelijke relatie in het belang van alle betrokken partijen.

Dinsdag aanstaande zal dus het onderwerp van overleg moeten zijn het regelen van de gevolgen van de ontbinding van partijen samenwerkingen.

Op 3 november 2014 heeft de toenmalige advocaat van [eiser] per e-mail aan mr. Falkena bericht:

Het zijn niet de recente gebeurtenissen die cliënte noodzaakten tot het nemen van haar besluit. De gebeurtenissen stammen reeds van jaren terug en blijken van structurele aard te zijn, ten gevolge waarvan een onwerkbare situatie is ontstaan.

(...)

Cliënte wil dan ook niet dat er aan haar besluit wordt getornd.

(...)

Namens cliënte stel ik voor dat er morgenochtend afspraken tussen partijen worden gemaakt met betrekking tot de verdere afwikkeling van de projecten.

Op 4 november 2014 hebben partijen overleg gevoerd onder begeleiding van mr. Falkena. Mr. Falkena heeft de toen gemaakte afspraken diezelfde dag per e-mail bevestigd aan de (toenmalige) advocaten van partijen.

Op 5 november 2014 heeft de advocaat van Middengebied Geldermalsen aan mr. Falkena met cc aan de toenmalige advocaat van [eiser] per e-mail bericht:

Vastlegging bijeenkomst

De vastlegging is m.i. correct.

Wel kan nog worden toegevoegd:

 ten aanzien de door [eiser] ingeroepen ontbinding is door MG aangegeven dat daarvan in de optiek van MG op juridische gronden geen sprake kan zijn en MG zich daartegen verzet, maar MG niettemin bereid is in het kader van minnelijk overleg te spreken over een door [eiser] gewenste beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst(en).

(...)

Op 5 december 2014 hebben partijen onder leiding van mr. Falkena een bijeenkomst gehouden in het Van der Valk Hotel te Breukelen. Mr. Falkena heeft daar een verslag van gemaakt.

Eind 2014 zijn partijen met elkaar overeengekomen alle informatie met betrekking tot de projecten onder begeleiding van mr. Falkena te verstrekken aan [bedrijf 3] om onderzoek te doen naar de financiële verantwoording van de projecten en een rapportage op te stellen.

Op 19 mei 2015 heeft [betrokkene 6] , werkzaam bij [bedrijf 3] , aan mr. Falkena per e-mail een eerste rapportage uitgebracht. Daar staat onder meer in:

Uitbetaling winstuitkeringen [eiser] / Gelderse Bouw

Via [bedrijf 1] [een entiteit van [betrokkene 4] , toevoeging rechtbank] hebben wij overzichten ontvangen van de winstuitkeringen. [bedrijf 1] geeft aan dat een bedrag van € 3.750.000,- aan winstuitkeringen is betaald aan [eiser] . Wij kunnen dus bevestigen dat deze bedragen (900.000 + 2.850.000) zijn betaald aan [eiser] .

Van Partij [eiser] hebben wij ook een overzicht ontvangen. [eiser] komt op een bedrag van € 3.450.000 aan ontvangen winstuitkeringen. De ontvangst van 06-11-2003 ad € 300.000 hebben zij niet in hun overzicht verwerkt.

Uitbetaling winstuitkeringen [bedrijf 1]

Via [bedrijf 1] hebben wij overzichten ontvangen van de winstuitkeringen. [bedrijf 1] geeft aan dat een bedrag van € 4.147.500,- aan winstneming is overgemaakt aan [bedrijf 1] Wij komen op een lager bedrag. De creditbedragen van 14-08-2006 en 23-08-2006 zijn door [bedrijf 1] als uitbetaling aangemerkt en de mutatie van 24-12-2002 ad € 50.000 alsmede de mutatie van 11-06-2007 ad € 100.000 zijn niet in hun overzicht opgenomen.

Uitbetaling winstuitkeringen [betrokkene 4]

Aan [betrokkene 4] zijn ook winstuitkeringen betaald.

Op 24 december 2015 heeft [bedrijf 3] per e-mail aan mr. Falkena een tweede samenvattende verklaring met betrekking tot haar onderzoek naar de financiële verantwoording van de projecten aangeleverd.

Op 24 februari 2016 heeft [bedrijf 3] aan de advocaat van Middengebied Geldermalsen met cc aan de advocaat van [eiser] en mr. Falkena per e-mail bericht:

Graag wil ik refereren aan de email dd 14-02-2016 van de heer Falkena. Uit betreffende email heb ik begrepen dat de door ons ontvangen projectadministratie ter inzage mocht worden gegeven aan [betrokkene 7] . Inmiddels is wel duidelijk geworden dat Middengebied Geldermalsen B.V. geen toestemming geeft voor inzage aan derden.

De betreffende projectadministratie is zojuist bij ons opgehaald door de [betrokkene 8] van Middengebied Geldermalsen B.V. zodat deze niet langer bij ons voorhanden is.

Wij gaan er van uit dat de afspraak met [betrokkene 7] van aanstaande dinsdag geannuleerd kan worden en wachten verdere correspondentie inzake het onderzoek van [betrokkene 7] af.

Op 28 april 2016 heeft Middengebied Geldermalsen de projectadministratie, althans het deel daarvan dat zij had meegenomen, weer aan [bedrijf 3] ter beschikking gesteld.

Op 29 april 2016 heeft mr. Falkena per e-mail aan [bedrijf 3] de opdracht gespecificeerd.

Op 9 juni 2016 heeft [eiser] conservatoir bewijsbeslag gelegd onder Middengebied Geldermalsen. Dit beslag is opgeheven bij vonnis van 29 november 2017. Het vonnis is in appel bekrachtigd bij arrest van 21 april 2020.

Op 1 juli 2016 heeft [bedrijf 3] per e-mail aan mr. Falkena de samenvattende verklaring met betrekking tot haar onderzoek naar de financiële verantwoording van de projecten aangeleverd. Daar staat in:

Partij [eiser] heeft verzocht om de volgende 7 vragen te beantwoorden:

(...)

7) Kapitaal- en financieringsverhoudingen van de drie projecten over de jaren heen.

De projectadministratie loopt over meerder jaren waarbij geen jaarlijkse kapitaalverhouding is aangeleverd. (...)

Op 25/26 juli 2016 hebben Middengebied Geldermalsen en [eiser] door bemiddeling van mr. Falkena een ‘depot-overeenkomst’ gesloten. In die overeenkomst staat:

In aanmerking nemende dat:

- tussen MG en [eiser] sprake is van een aantal geschillen dat kort gezegd verband houdt met hun samenwerking op het gebied van de ontwikkeling van vastgoedprojecten;

- er sprake is van de ontwikkeling van het project “De Lingewaarden” waarbij zowel MG als [eiser] betrokken zijn;

- MG en [eiser] geschillen hebben over onder andere de haalbaarheid van dit gezamenlijke project en de uitvoering daarvan;

- [eiser] in het kader van de hiervoor aangegeven geschillen ten laste van MG diverse conservatoire beslagen heeft doen leggen, waaronder op de percelen grond die onderdeel uitmaken van dit project “De Lingewaarden”, welke beslagen in de weg staan aan de levering aan kopers van de percelen ten behoeve van de woningstichting KleurrijkWonen en particuliere kopers van de tien levensloop woningen;

- in het genoegzaam aan MG/ [eiser] bekend zijnde ‘Verslag 4e bijeenkomst inzake Middengebied Geldermalsen B.V. (“MG”) contra [eiser] B.V. (“ [eiser] ”), gehouden in Van der Valk Hotel Breukelen, op vrijdag 5 december 2014 (...) is door eveneens genoegzaam aan MG/ [eiser] bekende mr F.B. Falkena onder meer vastgelegd:

4. Na uitvoerig beraad en schorsing zijn partijen inzake het sluiten van de overeenkomst met de woningcorporatie Kleurrijk Wonen (“KW”) en het ten verkoop aanbieden van 10 levensloop woningen, beide betreffende het project Lingewaarden, het volgende overeengekomen:

a. (...)

b. (...)

c. Bij verkoop van de betreffende percelen (perceelgedeelten) zal [eiser] het daarop door haar gelegde beslag – voor zover van toepassing – doen opheffen.

d. (...)

e. De opbrengsten van de verkopen hiervoor bedoeld sub a. en b. alsmede van de hiervoor sub d. bedoelde subsidie zullen rechtstreeks worden overgemaakt op een door bindend adviseur nader aan te geven afgezonderde rekening.

f. Het tegoed op de hiervoor sub e. bedoelde rekening (“depot”) zal uitsluitend worden gebruikt voor het voldoen van directe kosten ter realisatie van de opbrengsten en van de subsidie, waaronder mede worden begrepen het voltooien van de sanering en de noodzakelijke aanleg van nutsvoorzieningen.

g. (...)

h. Een resterend saldo zal worden uitgekeerd aan [eiser] en in mindering strekken op haar vordering jegens MG ter zake van (over)financiering van het project.

- MG en [eiser] de opbrengst van de verkopen als hiervoor in het citaat onder punt e. omschreven ter zake van de (gedeeltelijke) opheffing van de beslagen en al hetgeen daarmee samenhangt, noodzakelijk of dienstbaar voor het project “De Lingewaarden”, waaronder met name in het kader van de verkoop van gronden aan eindgebruikers in voorkomende gevallen in depot onder de Notaris wensen te storten om welke reden MG en [eiser] deze depot overeenkomst met elkaar aangaan.

Verklaren te zijn overeengekomen als volgt:

(...)

2. Het Depot zal onder de Notaris blijven berusten, behoudens een uitkering aan [eiser] en/of MG dan wel aan een andere derde partij conform:

a. Een schriftelijke eensluidende betalingsopdracht van zowel [eiser] als MG, danwel

b. Een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde gerechtelijke uitspraak waarbij is beslist aan welke partij, MG, [eiser] en/of een derde partij de Notaris het (betreffende gedeelte van) het Depot dient uit te keren, danwel

c. Een schriftelijke betalingsinstructie van mr. Falkena.

(...)

Na 21 december 2018 heeft [eiser] een ongedateerd overzicht van gegevens ontvangen van de accountant van Middengebied Geldermalsen. Volgens die gegevens is het aandeel van [eiser] in het resultaat van project Emmalaan / Steenvliet / Middengebied € 4.627.168,00 en is haar aandeel in het resultaat van het project Hof van Gelre / Rabobank € 702.160,00 (totaal: € 5.329.328,00).

Op 19 december 2019 is de depotovereenkomst, na zeven eerdere betalingsinstructies van Falkena aan de notaris, afgewikkeld.

[eiser] heeft Middengebied Geldermalsen bij brief van haar advocaat van 27 mei 2020 laten sommeren om binnen veertien dagen na dagtekening te voldoen aan haar informatieverplichtingen jegens [eiser] .

Op 3 juli 2020 heeft [eiser] van Middengebied Geldermalsen een Overzicht deelproject Steenvliet – Hof van Gelre – de Lingewaarden t.bv. [eiser] B.V. 2018 ontvangen. Daarin is een saldo per ultimo 2018 opgenomen van € - 60.179 (dus negatief).

Bij brief van 14 januari 2022 heeft Middengebied Geldermalsen [eiser] bericht:

Helaas hebben de pogingen tot een schikking te komen inzake de deelplannen in Geldermalsen nog niet geleid tot resultaat. In verband met de directe noodzaak de ontwikkelde plandelen in Lingewaarden in de verkoop te brengen, verzoeken wij u zo spoedig mogelijk mee te werken aan het opheffen van de beslagen op de bedoelde percelen in de eerste fase van deelplan Lingewaarden te Geldermalsen. (...)

(...)

Concreet voorstel

De beknopte uitwerking is als volgt:

- (...)

- (...)

- de totale vergoeding voor [eiser] bedraagt aldus € 4.275.000,-;

- (...)

Hierbij geldt het volgende:

- met deze vergoeding wordt de kwestie van de opbrengstdelen uit de beide andere deelprojecten in Geldermalsen (Steenvliet en Hof van Gelre) geregeld (tegen finale kwijting);

- met deze vergoeding wordt de kwestie van de gelden die [eiser] vordert ten aanzien van deelproject Lingewaarden geregeld (tegen finale kwijting) en resteert alleen nog de verdeling van het perceel dat gezamenlijk eigendom is en bedoeld is voor Lingewaarden II (zie hierna);

- na de laatste levering van het kavel of grondcomponent (zie hierboven) worden ook de beslagen op resterende gronden in Lingewaarden opgeheven.

[eiser] heeft niet met dit voorstel ingestemd.

3. De vorderingen

in de zaak met rolnummer 14-106 in conventie

[eiser] heeft bij dagvaarding van 17 februari 2014 gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Middengebied Geldermalsen veroordeelt:

aan haar terug te betalen zonder verrekening of compensatie het geleende bedrag van € 687.936,53, te vermeerderen met de rente vanaf 7 februari 2014 althans vanaf de dagvaarding,

aan haar te betalen alle kosten ter incasso van het geleende bedrag conform de overeenkomst van geldlening, op te maken bij staat, te vermeerderen met rente,

met veroordeling van Middengebied Geldermalsen in de proceskosten te vermeerderen met rente.

[eiser] heeft bij akte van 21 april 2021 haar vordering gewijzigd. Zij vordert thans dat de rechtbank Middengebied Geldermalsen veroordeelt tot betaling van het geleende bedrag van € 687.936,53 te vermeerderen met de contractuele rente van 4% vanaf de dagvaarding en met de wettelijke (boete)rente over het met de contractuele rente vermeerderde geleende bedrag vanaf 15 september 2012. Voorts vordert zij vergoeding van contractuele invorderingskosten, op te maken bij staat, van € 6.775,00 aan buitengerechtelijke kosten en veroordeling van Middengebied Geldermalsen in de proceskosten en de nakosten te vermeerderen met rente.

in de zaak met rolnummer 14-106 in reconventie

Middengebied Geldermalsen heeft bij conclusie van eis in reconventie gevorderd dat de rechtbank [eiser] veroordeelt:

primair

om binnen veertien dagen na betekening van het vonnis haar financieringsverplichtingen met betrekking tot het deelproject Lingewaarden / Rijnvallei (fase I en fase II) na te komen – hetgeen inhoudt dat [eiser] zowel haar eigen aandeel als het aandeel van Middengebied Geldermalsen financiert – dit tot het project is afgerond, waarbij er sprake is van een rentevergoeding ter hoogte van de gewone wettelijke rente minus 1%, althans 4%, dit op straffe van een dwangsom van € 25.000,00 per dag dat [eiser] daarmee geheel of gedeeltelijk in gebreke blijft, met een maximum van € miljoen,

subsidiair

aan haar te betalen

€ 3.450.000,00 aan onverschuldigd betaalde projectwinst, te vermeerderen met rente,

€ 680.000,00 als vergoeding voor het aan een aan [eiser] gelieerde vennootschap geleverde appartement, te vermeerderen met rente,

primair en subsidiair

de conservatoire beslagen op te heffen die zij ( [eiser] ) heeft laten leggen op onroerende zaken van Middengebied Geldermalsen aan de Herman Kuijkstraat, de Rijnstraat, de Lingeweg, de Kostverlorenkade en de Emmalaan en op appartementsrechten van Middengebied Geldermalsen aan de Herman Kuijkstraat, allemaal te Geldermalsen en in de conclusie nader omschreven,

met veroordeling van [eiser] in de proceskosten te vermeerderen met rente.

Middengebied Geldermalsen heeft deze eis gewijzigd bij akte van 2 oktober 2014 in die zin dat zij daar primair vordert dat de rechtbank [eiser] veroordeelt om aan haar te betalen € 1.026.613,77 te vermeerderen met rente en om haar overige financierings-verplichtingen na te komen zoals geformuleerd in de conclusie van eis in reconventie.

in de zaak met rolnummer 14-399 in conventie

[eiser] heeft bij dagvaarding van 9 juli 2014 gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

voor recht verklaart dat er een of meer niet op schrift gestelde overeenkomsten dan wel duurovereenkomsten bestaan tussen [eiser] en Middengebied Geldermalsen, die in ieder geval de volgende projecten omvat: Emmalaan / Steenvliet / Middengebied, Hof van Gelre / Rabobank en Rijnvallei / Lingewaarden,

Middengebied Geldermalsen veroordeelt om aan [eiser] te betalen € 6.330.490,00 te vermeerderen met rente, op grond van wanprestatie en/of onrechtmatige daad en/of ongerechtvaardigde verrijking, dan wel Middengebied Geldermalsen veroordeelt tot betaling van schadevergoeding op te maken bij staat, te vermeerderen met rente,

met veroordeling van Middengebied Geldermalsen in de proceskosten te vermeerderen met rente.

Bij akte van 21 april 2021 heeft [eiser] deze eis gewijzigd. In die akte vordert zij dat de rechtbank voor recht verklaart

primair en subsidiair

I. dat [eiser] recht heeft op 50% van de door Middengebied Geldermalsen gemaakte en nog te maken winst in de projecten,

II. dat de samenwerkingsovereenkomsten, althans de al dan niet schriftelijke overeenkomsten of duurovereenkomsten, zoals toegelicht in de akte onder 117 – 126, van toepassing zijn op de samenwerking tussen [eiser] en Middengebied Geldermalsen.

Voorts vordert zij dat de rechtbank Middengebied Geldermalsen veroordeelt

primair

III. aan haar te betalen € 5.329.328,00 te vermeerderen met rente, als haar aandeel in de winst in de projecten Emmalaan / Steenvliet / Middengebied en Hof van Gelre / Rabobank, zoals toegelicht in de akte onder 117 – 118, althans als voorschot daarop,

IV. (verkorte herformulering van III),

subsidiair

V. - aan haar te betalen 50% van de winst in de projecten,- althans de schade te vergoeden die zij ( [eiser] ) lijdt door het onrechtmatig handelen van Middengebied Geldermalsen, nader op te maken bij staat,

primair en subsidiair

VI. een afschrift te verstrekken van de projectadministraties van de drie projecten aan haar ( [eiser] ) althans aan een door de rechtbank aan te wijzen deskundige, althans deze projectadministraties open te leggen,

VII. [betrokkene 9] namens [eiser] zitting te laten nemen in het projectteam van het project Rijnvallei / Lingewaarden,

de vorderingen onder VI en VII op straffe van een dwangsom van € 10.000,00 per dag met een maximum van € 500.000,00,

VIII. aan haar € 6.775,00 te betalen als vergoeding van buitengerechtelijke kosten,

IX. met veroordeling van Middengebied Geldermalsen in de proceskosten met rente.

in de zaak met rolnummer 14-399 in reconventie

Middengebied Geldermalsen heeft bij conclusie van eis in reconventie van 29 juni 2022 gevorderd dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

de samenwerkingen aangaande de financiering en de verdeling van de projectwinst met betrekking tot de projecten Emmalaan / Steenvliet / Middengebied en Rijnvallei / Lingewaarden (althans een of meer daarvan) ontbindt,

voor recht verklaart dat geen winstuitkeringen aan [eiser] toekomen ten aanzien van de projecten Emmalaan / Steenvliet / Middengebied, Hof van Gelre / Rabobank en Rijnvallei / Lingewaarden,

[eiser] veroordeelt tot betaling aan Middengebied Geldermalsen van € 3.080.708,00 te vermeerderen met rente in het kader van ongedaanmakingsverbintenissen,

- voor het geval dat de samenwerking ten aanzien van het project Emmalaan / Steenvliet / Middengebied niet wordt ontbonden: [eiser] veroordeelt tot betaling van € 663.520,00 als vergoeding van de helft van de plankosten,- voor het geval dat de samenwerking ten aanzien van het project Hof van Gelre / Rabobank niet wordt ontbonden: [eiser] veroordeelt tot betaling van € 176.862,00 als vergoeding van de helft van de plankosten,- voor het geval dat de samenwerking ten aanzien van het project Rijnvallei / Lingewaarden niet wordt ontbonden: [eiser] veroordeelt tot betaling van € 757.500,00 als vergoeding van de helft van de plankosten, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 29 juni 2022,

voor het geval dat de samenwerking ten aanzien van het project Rijnvallei / Lingewaarden niet wordt ontbonden: [eiser] veroordeelt tot betaling van € 30.705,00 in verband met het belastingcompromis aangaande kavels met nummers 151, 152 en 153,

voor het geval dat de samenwerking ten aanzien van het project Emmalaan / Steenvliet / Middengebied niet wordt ontbonden: [eiser] veroordeelt tot betaling van € 550.100,96 in verband met de door Middengebied Geldermalsen gedragen bedragen aangaande gebroeders [bedrijf 2] ,

alle door [eiser] ten laste van Middengebied Geldermalsen gelegde beslagen opheft, meer in het bijzonder op de onroerende zaken die Middengebied Geldermalsen heeft genoemd in haar conclusie van antwoord in reconventie van 14 mei 2014 onder punt 2,

8. [eiser] veroordeelt tot betaling van (aanvullende) schadevergoeding ten aanzien van de ontwikkeling van het project Rijnvallei / Lingewaarden en van de ten onrechte gelegde en gehandhaafde beslagen waaronder het bewijsbeslag, op te maken bij staat,

9. met veroordeling van [eiser] in de proceskosten te vermeerderen met rente.

4. Het geschil en de beoordeling in conventie en in reconventie

Conventie en reconventie

De vorderingen in conventie en in reconventie hangen nauw met elkaar samen. De rechtbank zal ze daarom gezamenlijk beoordelen.

Eiswijzigingen

Beide partijen hebben hun eisen gewijzigd. [eiser] heeft bij akte van 21 april 2021 zowel haar eis in de zaak met rolnummer 14-106 als haar eis in de zaak met rolnummer 14-399 gewijzigd. Middengebied Geldermalsen heeft bij akte wijziging eis van 2 oktober 2014 haar reconventionele eis in de zaak met rolnummer 14-106 gewijzigd en bij conclusie van 29 juni 2022 haar reconventionele eis in de zaak met rolnummer 14-399. Partijen hebben geen bezwaar gemaakt tegen de eiswijzigingen. De rechtbank ziet geen aanleiding om de eiswijzigingen ambtshalve buiten beschouwing te laten (art. 130 Rv).

De inhoud van de overeenkomsten tot samenwerking

Partijen zijn het erover eens dat zij met elkaar zijn overeengekomen om samen de projecten Emmalaan / Steenvliet / Middengebied, Hof van Gelre / Rabobank en Lingewaarden / Rijnvallei (fase I en fase II) te Geldermalsen te ontwikkelen. Zij zijn het er echter niet over eens wat zij precies zijn overeengekomen, hoe hun rollen zijn verdeeld en wat het verband is tussen deze projecten.

Middengebied Geldermalsen stelt dat het altijd de bedoeling van partijen is geweest dat [eiser] de projecten zou financieren, zowel haar eigen aandeel (dat van [eiser] ) als het aandeel van Middengebied Geldermalsen. Zij stelt dat het ook altijd zo ging in projecten waarin partijen (dan wel rechtsvoorgangers of gelieerde vennootschappen) eerder hebben samengewerkt, namelijk in de projecten Boterdorp Zuid-West, Het Dorp, Parkzoom I en Parkzoom IV. In die projecten zijn partijen een rekening-courantverhouding aangegaan en financierde [eiser] het aandeel van Middengebied Geldermalsen. Middengebied Geldermalsen betaalde rente en stelde zekerheid. De winsten in deze projecten werden gedeeld. Volgens Middengebied Geldermalsen mocht zij er gerechtvaardigd op vertrouwen dat partijen ook in de projecten Emmalaan / Steenvliet / Middengebied, Hof van Gelre / Rabobank en Rijnvallei / Lingewaarden op deze basis met elkaar zouden samenwerken. Verder stelt Middengebied Geldermalsen dat partijen altijd op basis van dit uitgangspunt hebben gehandeld. Middengebied Geldermalsen stelt voorts dat de niet-ondertekende overeenkomsten van 17 mei 2000 en 15 december 2004 de basis zijn van de samenwerking tussen partijen in deze projecten.

Volgens [eiser] waren partijen vanaf het begin van de samenwerking gezamenlijk nauw betrokken bij de ontwikkeling van de verschillende projecten. Middengebied Geldermalsen is opgericht met de bedoeling om daarin het eind jaren negentig door [eiser] en [betrokkene 4] aangekochte en te ontwikkelen project Emmalaan / Steenvliet / Middengebied onder te brengen. Partijen zijn daarbij mondeling met elkaar overeengekomen dat Middengebied Geldermalsen het project zou uitvoeren en dat zij de penvoerder zou zijn. Bij dagvaarding stelt [eiser] dat partijen zijn gaan samenwerken op gezamenlijke basis en dat zij op nader vast te stellen voorwaarden zouden bijdragen in de financieringsbehoefte van het project. Middengebied Geldermalsen zou [eiser] op de hoogte houden van de financiële voortgang en haar na oplevering haar winstaandeel uitbetalen. Deze afspraken zijn niet schriftelijk vastgelegd maar partijen hebben zich wel volgens deze afspraken gedragen. De overeenkomst van 17 mei 2000 (en die van 15 december 2004) is niet ondertekend omdat partijen over de inhoud daarvan geen overeenstemming konden bereiken. Bij akte heeft [eiser] dit standpunt gewijzigd. Zij stelt daar dat partijen zijn gaan samenwerken op gelijkwaardige basis, waarbij ieder de helft financierde en voor de helft deelde in de winsten en verliezen van de projecten die zij gezamenlijk aanpakten. Zij wijst ‘ter illustratie’ op de niet-ondertekende overeenkomst van 17 mei 2000. Middengebied Geldermalsen heeft het winstaandeel van [eiser] in het project Emmalaan / Steenvliet / Middengebied niet aan haar betaald, hoewel het project inmiddels is opgeleverd. In 2004 hebben partijen het project Hof van Gelre / Rabobank aangekocht en verder ontwikkeld. Zij zijn ter zake van dit tweede project in grote lijnen hetzelfde met elkaar overeengekomen als ter zake van het eerste project Emmalaan / Steenvliet / Middengebied. Ook deze afspraken zijn niet schriftelijk vastgelegd en er is ook geen overeenkomst in concept opgesteld, maar partijen hebben zich wel volgens deze afspraken gedragen. Middengebied Geldermalsen heeft ook voor dit project het winstaandeel van [eiser] niet aan haar betaald, op een voorschot van € 450.000,00 na. In december 2004 heeft Middengebied Geldermalsen conform afspraken met [eiser] onroerende zaken aan de Rijnstraat / Lingeweg en de Kostverlorenkade te Geldermalsen gekocht om samen met [eiser] het project Rijnvallei / Lingewaarden te ontwikkelen. [eiser] heeft € 1,5 miljoen aan de koopsom bijgedragen. Ter zake van dit derde project zijn partijen in grote lijnen hetzelfde met elkaar overeengekomen als ter zake van de beide andere projecten. Deze overeenkomst is ook niet schriftelijk vastgelegd, maar [eiser] wijst wel op de niet-ondertekende overeenkomst van 15 december 2004, die bijna hetzelfde inhoudt als de niet-ondertekende overeenkomst van 17 mei 2000. [eiser] wijzigt haar standpunt over de status van de niet-ondertekende overeenkomsten in haar akte opnieuw doordat zij stelt dat aan de rechtsgeldigheid en de bereikte overeenstemming tussen partijen niet afdoet dat de samenwerkingsovereenkomsten niet zijn ondertekend. Het project Lingewaarden is nog in ontwikkeling.

Middengebied Geldermalsen stelt hier tegenover dat zij de projecten Emmalaan / Steenvliet / Middengebied, Hof van Gelre / Rabobank en Rijnvallei / Lingewaarden autonoom heeft ontwikkeld en dat [eiser] alleen optrad als financier. [eiser] was dus niet nauw betrokken bij de ontwikkeling en realisatie van de projecten. Middengebied Geldermalsen stelt dat zij ook in eerdere projecten met [eiser] heeft samengewerkt maar dat die projecten heel anders waren. Daaruit verklaart Middengebied Geldermalsen dat partijen nooit overeenstemming hebben bereikt over de overeenkomsten van 17 mei 2000 en 15 december 2004 en dat partijen deze om die reden niet hebben ondertekend. Partijen hebben volgens Middengebied Geldermalsen in de praktijk ook niet gewerkt volgens de niet-ondertekende overeenkomsten. Hiermee heeft Middengebied Geldermalsen dus het standpunt verlaten dat deze overeenkomsten de basis vormen van de samenwerkingen. Zij stelt dat de beide broers ( [betrokkene 3] en [betrokkene 4] ) de samenwerking in goed vertrouwen aangingen, altijd wel een oplossing vonden en ook hier wel uit zouden komen. De drie projecten hangen volgens haar financieel met elkaar samen. Opbrengsten uit de eerste twee projecten (Emmalaan / Steenvliet / Middengebied en Hof van Gelre / Rabobank) zijn met goedvinden van [eiser] gebruikt voor de financiering van de eerste fase van het derde project (Rijnvallei / Lingewaarden). De eindafrekening van de eerste twee projecten zou worden opgemaakt samen met die van het derde project, dat nog loopt. Middengebied Geldermalsen stelt dat [betrokkene 3] en [betrokkene 4] dit destijds mondeling hebben besproken. Volgens Middengebied Geldermalsen is het uitgangspunt van de samenwerking altijd geweest dat [eiser] zowel haar eigen deel als het deel van Middengebied Geldermalsen zou financieren. In ruil daarvoor zou [eiser] de helft van de winst krijgen.

Volgens [eiser] zouden partijen samen drie afzonderlijke projecten ontwikkelen. Zij heeft Middengebied Geldermalsen vanaf het begin meegedeeld dat zij het aandeel van Middengebied Geldermalsen niet zou financieren. Volgens [eiser] probeert Middengebied Geldermalsen de drie afzonderlijke projecten ten onrechte voor te stellen als deelprojecten van een overkoepelend project om zo het moment uit te stellen waarop zij de winstaandelen van [eiser] in de afzonderlijke projecten aan haar moet uitkeren en om zo de opbrengsten van het ene project te kunnen investeren in het andere. Bovendien heeft Middengebied Geldermalsen volgens [eiser] wel winstaandelen uitgekeerd aan [betrokkene 4] dan wel aan vennootschappen die aan hem zijn gelieerd, met het gevolg dat Middengebied Geldermalsen een negatief eigen vermogen heeft en [eiser] haar vorderingen moeilijk of helemaal niet meer op haar kan verhalen.

De rechtbank overweegt over de vraag wat partijen zijn overeengekomen als volgt. Dat partijen zijn overeengekomen om de projecten Emmalaan / Steenvliet / Middengebied, Hof van Gelre / Rabobank en Rijnvallei / Lingewaarden samen te ontwikkelen, en dat zij de winsten van die projecten zouden delen, is niet in geschil. De drie projecten zijn niet tegelijk begonnen, maar het ene is na het andere begonnen: eerst het project Emmalaan / Steenvliet / Middengebied, vervolgens het project Hof van Gelre / Rabobank en ten slotte het project Rijnvallei / Lingewaarden. Partijen hebben niet gesteld dat zij bij de aanvang van het eerste en het tweede project hebben voorzien dat het tweede en het derde zouden volgen en dat zij daarmee rekening hebben gehouden bij het sluiten van de overeenkomsten. Ook is niet gebleken dat zij dit hebben voorzien. De rechtbank heeft ook overigens geen aanwijzingen dat het tussen partijen anders is gegaan dan dat zij telkens besloten een nieuw project aan te gaan en hiertoe telkens een nieuwe, zelfstandige overeenkomst met elkaar hebben gesloten. De projecten kunnen natuurlijk wel gelijkenissen vertonen, maar dat neemt niet weg dat partijen drie keer zijn overeengekomen een project te ontwikkelen en dat deze drie projecten niet met elkaar samenhangen.

Partijen hebben hun overeenkomsten niet in ondertekende contracten vastgelegd. Wel heeft Middengebied Geldermalsen twee overeenkomsten opgesteld die niet zijn ondertekend. Beide partijen nemen over de betekenis van deze overeenkomsten standpunten in die in de loop van de procedure veranderen. Middengebied Geldermalsen stelt immers aanvankelijk dat de niet-ondertekende overeenkomsten van 17 mei 2000 en 15 december 2004 de basis zijn van de samenwerking tussen partijen, maar heeft dat standpunt verlaten en nader gesteld dat partijen deze overeenkomsten niet hebben ondertekend omdat zij er nooit overeenstemming over hebben bereikt, dat zij er wel uit zouden komen en voorts dat zij in de praktijk niet volgens deze niet-ondertekende overeenkomsten hebben gewerkt. In haar conclusie van 29 juni 2022 gaat Middengebied Geldermalsen zo ver dat zij de overeenkomst van 17 mei 2000, aanvankelijk door haar gepresenteerd als de basis van de samenwerking, een ‘ooit door iemand opgesteld concept’ noemt dat ‘kennelijk (dateert) van begin 2000 (ruim 22 jaar geleden!)’ [eiser] stelt eerst dat partijen zijn gaan samenwerken op nader vast te stellen voorwaarden over de bijdragen in de financieringsbehoefte van het project Emmalaan / Steenvliet / Middengebied. Voorts stelt zij dat partijen de overeenkomst van 17 mei 2000 (en ook die van 15 december 2004) welbewust niet hebben ondertekend omdat zij het niet eens konden worden over de inhoud ervan. Vervolgens wijst zij op de niet-ondertekende overeenkomsten ter illustratie van haar stellingen over de afspraken over de financiering van de projecten en daarna betoogt zij dat aan de rechtsgeldigheid en de bereikte overeenstemming tussen partijen niet afdoet dat de samenwerkingsovereenkomsten niet zijn ondertekend. Uiteindelijk vordert zij dat de rechtbank voor recht verklaart dat deze overeenkomsten op de samenwerking van toepassing zijn. De standpunten die beide partijen hebben ingenomen over de betekenis van de twee niet-ondertekende overeenkomsten hebben zich in deze procedure dus ontwikkeld in tegengestelde richting van het ene uiterste tot het andere. De rechtbank kan gezien dit verloop van het partijdebat tot geen ander oordeel komen dan dat partijen geen wilsovereenstemming hebben bereikt over de inhoud van deze niet-ondertekende overeenkomsten, dat zij geen duidelijke afspraken hebben gemaakt over de financiering van de projecten (waarover in beide niet-ondertekende overeenkomsten een art. 7 is opgenomen) en dat zij niet uit enig gedrag van de ander hebben mogen opmaken wat als overeengekomen kan gelden.

Als zou vaststaan dat partijen in de praktijk hebben gehandeld overeenkomstig sommige bepalingen die in de niet-ondertekende overeenkomsten zijn opgenomen, dan kan daaruit naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat partijen wilsovereenstemming hebben bereikt over de integrale inhoud van de niet-ondertekende overeenkomsten en dat zij daarom gebonden zouden zijn aan alle bepalingen in die niet-ondertekende overeenkomsten.

Uit de aard van de mondeling gesloten overeenkomsten over de samenwerking in achtereenvolgens de projecten Emmalaan / Steenvliet / Middengebied, Hof van Gelre / Rabobank en Rijnvallei / Lingewaarden vloeit naar het oordeel van de rechtbank voort dat partijen in beginsel gehouden zijn om na afloop van elk van deze drie projecten daarover met elkaar af te rekenen. De samenwerkingen waren er uiteindelijk immers op gericht om resultaten te behalen die partijen zouden delen (art. 6:248 lid 1 BW). Dat kan anders zijn als partijen daarover nadere, andersluidende afspraken hebben gemaakt. Als zou vaststaan dat partijen in overleg opbrengsten van een voltooid project hebben geïnvesteerd in een volgend project, dan ligt daarin naar het oordeel van de rechtbank niet een andersluidende afspraak besloten. Die investering kan immers in de afrekening van het voltooide project worden verdisconteerd.

Middengebied Geldermalsen stelt dat [betrokkene 4] en [betrokkene 3] destijds mondeling hebben besproken dat de eindafrekening van de eerste twee projecten zou worden opgemaakt samen met die van het derde project. Middengebied Geldermalsen heeft niet gesteld wanneer deze afspraak zou zijn gemaakt en ook niet hoe deze afspraak past in de correspondentie die partijen hebben gevoerd toen [betrokkene 3] nog leefde, in het bijzonder de brieven van 29 oktober 2008, 26 januari 2009 en die van 4, 9 en 13 mei 2009, waaruit de rechtbank hierboven heeft geciteerd. In deze correspondentie verwijst Middengebied Geldermalsen niet uitdrukkelijk naar enige afspraak die inhoudt dat over de eerste twee projecten pas zou hoeven worden afgerekend nadat het derde project zou zijn voltooid. Middengebied Geldermalsen heeft deze stelling in het licht van de daarmee in tegenspraak zijnde correspondentie onvoldoende toegelicht. Zij zal daarom niet worden toegelaten om deze te bewijzen. De rechtbank gaat er daarom van uit dat [betrokkene 4] en [betrokkene 3] een dergelijke afspraak niet hebben gemaakt.

De rechtbank gaat in deze procedure aldus van het volgende uit. Partijen zijn in de loop van de tijd mondeling met elkaar overeengekomen dat zij gezamenlijk drie afzonderlijke projecten zouden ontwikkelen en dat zij de winsten uit die projecten zouden delen (ieder de helft). Partijen hebben de voorwaarden van deze samenwerkingen niet schriftelijk vastgelegd en zij zijn niet gebonden aan de bepalingen in de niet-ondertekende overeenkomsten van 17 mei 2000 en 15 december 2004. Over de financiering hebben zij geen duidelijke afspraken gemaakt en zij hebben daarover aan het gedrag van de ander geen conclusies kunnen verbinden. Zij zijn niet nader mondeling overeengekomen dat over de eerste twee projecten pas hoeft te worden afgerekend als het derde project is voltooid.

Ontbinding door [eiser]

Bij brief van 31 oktober 2014 van haar toenmalige advocaat heeft [eiser] aan mr. Falkena met cc aan de advocaat van Middengebied Geldermalsen bericht dat zij het besluit heeft moeten nemen al de bestaande samenwerkingsverbanden met Middengebied Geldermalsen op zo kort mogelijke termijn te ontbinden en dat het in het belang van beide partijen is dat de zakelijke relatie ten spoedigste wordt ontbonden. Op 3 november 2014 heeft [eiser] per e-mail aan mr. Falkena bericht dat er volgens haar een onwerkbare situatie is ontstaan en dat zij niet wil dat er aan haar besluit wordt getornd.

Middengebied Geldermalsen meent dat de gronden die [eiser] aanvoert in haar brief van 31 oktober 2014 niet valide zijn en geen ontbinding rechtvaardigen en dat [eiser] ook in haar e-mailbericht van 3 november 2014 geen tekortkoming noemt die ontbinding rechtvaardigt. Daarom heeft zij zich tegen ontbinding verzet in haar in haar e-mailbericht van 5 november 2014.

[eiser] meent dat de mededelingen in haar berichten moeten worden beschouwd als uitingen van frustratie en niet als een eenzijdige ontbindingsverklaring. Zij wijst er daarbij op dat in deze berichten niet staat: ‘Hierbij ontbindt [eiser] de samenwerkingsovereenkomst (van Project De Lingewaarden)’ of woorden van gelijke strekking. Volgens [eiser] bevatten de berichten uitsluitend een verzuchting en een voornemen om over te gaan tot ontbinding, en hebben partijen aan dat voornemen geen uitvoering gegeven.

De rechtbank stelt vast dat partijen na de berichten van 31 oktober 2014 en 5 november 2014 zich niet hebben gedragen alsof de overeenkomsten waren ontbonden, maar hebben geprobeerd door bemiddeling van mr. Falkena afspraken te maken over verdere nakoming en afwikkeling. Deze berichten hebben er naar het oordeel van de rechtbank reeds daarom niet toe geleid dat de overeenkomsten zijn ontbonden (art. 6:265 en 6:267 BW).

Geldlening (€ 687.936,53)

[eiser] licht haar vordering tot terugbetaling van de lening als volgt toe. Middengebied Geldermalsen beschikte niet over het benodigde geld om een perceel grond aan te kopen voor de tweede fase van het derde project (Rijnvallei / Lingewaarden). Daarom heeft [eiser] op verzoek van Middengebied Geldermalsen in aanvulling op de financiering van haar helft van het project (die van [eiser] ) een bedrag van € 687.936,53 aan Middengebied Geldermalsen geleend. [eiser] wijst op art. 3 van de overeenkomst van geldlening, dat inhoudt dat het geleende bedrag inclusief rente en kosten uiterlijk op 15 september 2012 in zijn geheel dient te zijn terugbetaald, of zoveel eerder als de appartementen van het complex Rabobank annex parkeerplaats te Geldermalsen zijn opgeleverd. [eiser] stelt dat de laatste appartementen van dat project eind november 2008 zijn opgeleverd en dat het laatste appartement op 4 juli 2014 is verkocht. Zij beschouwt deze datum als de opleverdatum van dit project en maakt aanspraak op terugbetaling van de lening vanaf die datum.

Middengebied Geldermalsen neemt primair het standpunt in dat [eiser] geen aanspraak kan maken op terugbetaling van het geleende bedrag. Voor dat standpunt heeft zij twee argumenten, ten eerste dat de geldlening deel uitmaakte van de projectfinanciering, ten tweede dat zij het geleende bedrag al heeft terugbetaald. Subsidiair doet Middengebied Geldermalsen een beroep op verrekening en opschorting.

Het argument dat de geldlening deel uitmaakte van de projectfinanciering licht Middengebied Geldermalsen als volgt toe. Het uitgangspunt van de samenwerking tussen partijen was dat [eiser] zowel haar eigen deel als het deel van Middengebied Geldermalsen zou financieren. De bedoeling van de overeenkomst van geldlening was dat [eiser] daarmee het aandeel van Middengebied Geldermalsen in de tweede fase van het project Lingewaarden / Rijnvallei gedurende de looptijd van het project financierde. Deze overeenkomst van geldlening is aangegaan toen er nog geen overeenkomst met de gemeente Geldermalsen was gesloten. De lening zou worden omgezet in de gebruikelijke samenwerkingsovereenkomst zodra de overeenkomst met de gemeente zou zijn getekend. [eiser] wilde tot die tijd een bepaalde zekerheid. Daartoe diende de overeenkomst van geldlening. Partijen hebben na het sluiten van die overeenkomst gehandeld op basis van de gebruikelijke samenwerkingsovereenkomst, met de bijbehorende projectfinanciering. Deze financiering loopt door tot het deelproject Lingewaarden / Rijnvallei is afgerond. Dat is vooralsnog niet het geval. Volgens Middengebied Geldermalsen hoeft zij het geleende bedrag daarom nu niet terug te betalen en moet de geldlening worden voortgezet, althans moet het openstaande bedrag worden afgelost door middel van omzetting in de overeengekomen projectfinanciering.

[eiser] brengt hier het volgende tegen in. Het is niet juist dat [eiser] door middel van de overeenkomst van geldlening zou hebben voldaan aan de financieringsverplichtingen die voortvloeien uit de samenwerking. Partijen hebben de overeenkomst van geldlening uitsluitend gesloten met het doel de aankoop van een perceel grond te financieren. In de overeenkomst staat niet dat het doel van die overeenkomst was het project te financieren. De overeenkomst van geldlening is geen onderdeel van de samenwerkingsovereenkomst. Aanvullingen op of wijzigingen van de overeenkomst van geldlening zijn slechts mogelijk indien zij schriftelijk zijn vastgelegd in een stuk dat door beide partijen is ondertekend (art. 12 lid 2). Zo’n stuk is er niet.

De rechtbank oordeelt over het argument dat de geldlening onderdeel van de projectfinanciering was, of is geworden, als volgt. Anders dan de overeenkomsten over samenwerking in de drie projecten, is de overeenkomst van geldlening schriftelijk vastgelegd en wel op 2 september 2005. In art. 3 van die overeenkomst staat wanneer de geldlening moet worden afgelost, in art. 7 staat dat Middengebied Geldermalsen niet mag verrekenen en in art. 12 lid 2 staat dat alleen schriftelijk van de overeenkomst kan worden afgeweken. Het standpunt van Middengebied Geldermalsen dat de geldlening onderdeel is geworden van de projectfinanciering en dat partijen pas zouden afrekenen nadat het derde project zou zijn voltooid, houdt in wezen in dat partijen zijn afgeweken van de bepalingen in de overeenkomst van geldlening. Middengebied Geldermalsen heeft niet gesteld dat deze afwijking schriftelijk is vastgelegd. De rechtbank gaat ervan uit dat dit niet is gebeurd. De rechtbank oordeelt op deze grond dat de geldlening geen onderdeel is geworden van de projectfinanciering en dat Middengebied Geldermalsen gebonden is aan de overeenkomst van geldlening zoals die is vastgelegd op 2 september 2005.

Het tweede argument voor het primaire standpunt, namelijk dat [eiser] geen aanspraak kan maken op terugbetaling van het geleende bedrag omdat Middengebied Geldermalsen het al heeft terugbetaald, licht Middengebied Geldermalsen als volgt toe. [eiser] heeft dankzij de inspanningen van Middengebied Geldermalsen in december 2019 € 710.047,03 en in november 2020 € 117.657,72 uit het depot ontvangen. Ook heeft [eiser] een bedrag ontvangen in verband met de verkoop van het appartement waarop door [eiser] beslag was gelegd. Verder heeft Middengebied Geldermalsen in de periode van 2009 tot 2011 in totaal € 950.000,00 aan [eiser] betaald als voorschot op de winst. Met deze betalingen is de geldlening volgens Middengebied Geldermalsen afgelost.

[eiser] betwist dat Middengebied Geldermalsen de geldlening heeft afgelost. Dat licht zij als volgt toe. De depotuitkeringen zijn niet gedaan om de geldlening af te lossen, maar om de vordering van [eiser] te voldoen terzake van overfinanciering in het project Rijnvallei / Lingewaarden. Dit blijkt volgens [eiser] onder meer uit de depotovereenkomst en uit het rekeningafschrift, waar bij ‘omschrijving’ staat: Resterend saldo depot (...) terzake van (over)financiering van het project De Lingewaarden.

Zoals hiervoor overwogen, zijn partijen naar het oordeel van de rechtbank gehouden de projecten afzonderlijk af te rekenen. Bovendien is Middengebied Geldermalsen gebonden aan de overeenkomst van geldlening zoals die schriftelijk is vastgelegd op 2 september 2005. Betalingen die Middengebied Geldermalsen heeft gedaan met andere bestemmingen, in het bijzonder als voorschot op de winst van de afzonderlijke projecten, of betalingen die in haar opdracht zijn gedaan uit het depot, kunnen daarom niet in mindering strekken op het terug te betalen geleende bedrag. Middengebied Geldermalsen heeft niet gesteld dat zij betalingen heeft gedaan waarbij zij heeft vermeld dat deze strekken tot aflossing van het geleende bedrag. Ook heeft zij niet gesteld dat het uitgewonnen beslag is gelegd in verband met de vordering uit hoofde van de geldlening. Op grond van het voorgaande verwerpt de rechtbank het verweer dat de lening al is afgelost.

Middengebied Geldermalsen neemt subsidiair het standpunt in dat partijen geen samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten. Als dat zo is, dan maakt zij aanspraak op terugbetaling van voorschotten op de winst die zij aan [eiser] heeft betaald en verrekent zij haar schuld (die inhoudt dat zij het bedrag dat zij van [eiser] heeft geleend aan haar moet terugbetalen) met haar vordering (die inhoudt dat [eiser] de voorschotten op de winst die Middengebied Geldermalsen aan haar heeft betaald aan haar moet terugbetalen) of schort zij haar betalingsverplichting op.

Zoals hiervoor overwogen, hebben partijen naar het oordeel van de rechtbank mondeling overeenkomsten tot samenwerking met elkaar gesloten. De rechtbank volgt het subsidiair ingenomen standpunt dus niet. Daarom zal zij het verweer dat daarop voortbouwt niet beoordelen.

Op grond van het voorgaande zal de rechtbank Middengebied Geldermalsen veroordelen om het geleende bedrag aan [eiser] terug te betalen.

Geldlening, rente

[eiser] maakt aanspraak op betaling van contractuele rente en van boeterente, gelijk aan de wettelijke rente. Zij beroept zich daartoe op de overeenkomst van geldlening. Volgens [eiser] had Middengebied Geldermalsen het geleende bedrag op grond van art. 3 van die overeenkomst uiterlijk op 15 september 2012 terugbetaald moeten hebben. Middengebied Geldermalsen heeft echter ondanks herhaalde aanmaningen niet betaald. Daarom is Middengebied Geldermalsen volgens [eiser] naast de hoofdsom en de contractuele rente van 4% (art. 2) ook boeterente verschuldigd (art. 6).

Middengebied Geldermalsen erkent dat in de overeenkomst van geldlening staat dat zij rente moet betalen. Voor zover zij inderdaad rente over het geleende bedrag moet betalen, is er volgens haar aan die verplichting een einde gekomen op het moment dat [eiser] in verzuim raakte. Dat is op zijn laatst gebeurd door het e-mailbericht van 31 oktober 2014 (waarin [eiser] heeft bericht dat zij het besluit heeft moeten nemen al de bestaande samenwerkingsverbanden met Middengebied Geldermalsen op zo kort mogelijke termijn te ontbinden). Het verzuim was volgens Middengebied Geldermalsen echter al eerder begonnen, namelijk op 6 februari 2014 toen zij ten onrechte beslag legde en daarvoor al toen zij niets meer wilde financieren en de uitvoering van het project Rijnvallei / Lingewaarden actief ging tegenwerken.

Zoals hiervoor is overwogen, is de geldlening naar het oordeel van de rechtbank geen onderdeel geworden van de projectfinanciering en is Middengebied Geldermalsen gebonden aan de overeenkomst van geldlening zoals die is vastgelegd op 2 september 2005. Daarom is zij op grond van art. 2 van die overeenkomst vanaf 15 september 2005 jaarlijks 4% rente verschuldigd over het geleende bedrag, althans over het gedeelte daarvan dat zij niet heeft afgelost, en op grond van art. 6 bovendien boeterente, bestaande uit de wettelijke rente over het achterstallige bedrag. Of [eiser] al dan niet in verzuim verkeert ter zake van de samenwerkingsovereenkomsten is hier, waar het gaat om de geldlening die geen onderdeel is geworden van de projectfinanciering, niet van belang.

Geldlening, invorderingskosten

[eiser] maakt aanspraak op vergoeding van invorderingskosten. Zij baseert deze vordering op art. 10 van de overeenkomst van geldlening, dat inhoudt dat alle kosten die [eiser] te eniger tijd zal moeten maken om haar rechten uit deze overeenkomst veilig te stellen en te effectueren, voor rekening komen van Middengebied Geldermalsen. [eiser] vindt het lastig om deze kosten te specificeren omdat zij vanwege het overlijden van haar vorige advocaat door verschillende advocaten is bijgestaan. Daarom moeten deze kosten volgens haar worden opgemaakt bij staat. Deze kosten zullen in ieder geval bestaan uit de honoraria van zowel de voormalige als de huidige advocaat van [eiser] .

Middengebied Geldermalsen voert geen verweer tegen de vordering tot vergoeding van invorderingskosten.

Op basis van de stellingen van [eiser] , voor zover Middengebied Geldermalsen deze niet heeft weersproken, heeft de rechtbank hierboven bij de weergave van de feiten verschillende brieven opgenomen waarin van de zijde van [eiser] wordt aangedrongen op terugbetaling van de geldlening. Dat zijn vier brieven van [eiser] zelf (van 29 oktober 2008, 4 mei 2009, 17 november 2009 en 31 oktober 2012; de eerste drie hiervan ondertekend door [betrokkene 3] ) en een brief van mr. De Ruiter Kardol (7 februari 2014). Tien dagen na die laatste brief heeft [eiser] de dagvaarding laten betekenen in de zaak over de geldlening. Ook als het voor [eiser] lastig is om de kosten waarvan zij vergoeding vordert te specificeren omdat zij vanwege het overlijden van haar vorige advocaat (mr. De Ruiter Kardol) door verschillende advocaten is bijgestaan, had het gezien deze feiten op haar weg gelegen te stellen dat de kosten waarvan zij vergoeding vordert betrekking hebben op verrichtingen die meer omvatten dan een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een (niet aanvaard) schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. Door dat niet te doen, heeft [eiser] deze vordering niet voldoende toegelicht. Deze zal daarom worden afgewezen.

[eiser] maakt na vermeerdering van eis niet alleen aanspraak op vergoeding van invorderingskosten op grond van art. 10 van de overeenkomst van geldlening, maar ook op vergoeding van buitengerechtelijke kosten als bedoeld in art. 6:96 lid 2 aanhef en sub c BW. Zij licht deze vordering niet toe. Deze zal daarom ook worden afgewezen.

Ontbinding op vordering van Middengebied Geldermalsen

Middengebied Geldermalsen vordert in deze procedure dat de rechtbank de samenwerkingen met betrekking tot de drie projecten ontbindt op grond van tekortkomingen van [eiser] . Middengebied Geldermalsen maakt [eiser] de volgende acht verwijten:

Kort na het overlijden van [betrokkene 3] heeft [eiser] geweigerd om nog enig bedrag te financieren.

[eiser] heeft ongerechtvaardigd conservatoire beslagen gelegd en daarmee de verdere ontwikkeling van project Rijnvallei / Lingewaarden belemmerd.

[eiser] heeft op 31 oktober 2014 ‘al de bestaande samenwerkingsverbanden’ ontbonden, wat zij heeft herhaald op 3 november 2014.

[eiser] heeft lange tijd de realisatie geblokkeerd van het eerste contingent woningen (in Lingewaarden) en later obstructie gepleegd bij het sluiten van de depotovereenkomst.

[eiser] voorkomt nog steeds de realisatie van het tweede contingent woningen in Lingewaarden.

[eiser] heeft telkens ten onrechte bezwaar gemaakt tegen uitkeringen uit het depot.

[eiser] heeft het traject bij mr. Falkena tegengewerkt.

[eiser] heeft personeelsleden van Middengebied Geldermalsen onrechtmatig bejegend door hen persoonlijk aansprakelijk te stellen.

[eiser] meent dat zij niet in verzuim is en dat er geen grond is om de samenwerkingsovereenkomsten te ontbinden. Zij gaat afzonderlijk in op de acht verwijten die Middengebied Geldermalsen haar maakt.

De rechtbank overweegt hierover als volgt. Hoewel Middengebied Geldermalsen vordert dat de rechtbank de overeenkomsten (althans de ‘samenwerkingen’) met betrekking tot de drie projecten Emmalaan / Steenvliet / Middengebied, Hof van Gelre / Rabobank en Rijnvallei / Lingewaarden ontbindt, gaan de acht verwijten die zij [eiser] maakt alleen over het derde project (Rijnvallei / Lingewaarden) en niet over de eerste twee projecten (Emmalaan / Steenvliet / Middengebied en Hof van Gelre / Rabobank). Die twee projecten zijn bovendien voltooid, afgezien van de afrekening. De rechtbank zal reeds daarom de overeenkomsten die betrekking hebben op de eerste twee projecten niet ontbinden.

Als [eiser] is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit de overeenkomst die betrekking heeft op het derde project Rijnvallei / Lingewaarden, dan kan dat een grond geven om die overeenkomst te ontbinden (art. 6:265 BW). Naar het oordeel van de rechtbank is [eiser] echter niet tekortgeschoten, zodat zij ook de overeenkomst die betrekking heeft op het derde project niet zal ontbinden. Zij motiveert dat als volgt.

Tegen het eerste verwijt van Middengebied Geldermalsen dat [eiser] kort na het overlijden van [betrokkene 3] heeft geweigerd nog enig bedrag te financieren, brengt [eiser] onder meer in dat Middengebied Geldermalsen heeft erkend dat zij ( [eiser] ) heeft voldaan aan haar verplichting om project Rijnvallei / Lingewaarden te financieren. Verder stelt zij dat zij aan Middengebied Geldermalsen heeft aangeboden om zo nodig aanvullende financiering te verstrekken.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat partijen geen duidelijke afspraken hebben gemaakt over financiering van de projecten. Daaruit volgt reeds dat Middengebied Geldermalsen [eiser] niet kan verwijten dat zij is tekortgeschoten in de nakoming van haar verplichtingen om het project Rijnvallei / Lingewaarden te financieren. Dit verwijt kan reeds daarom geen grond geven om de overeenkomst te ontbinden.

Tegen het tweede verwijt van Middengebied Geldermalsen dat [eiser] de ontwikkeling van project Rijnvallei / Lingewaarden heeft belemmerd door twee keer conservatoir beslag te leggen op alle gronden ten behoeve van Lingewaarden en op diverse andere percelen en tevens op bankrekeningen, brengt [eiser] onder meer in dat de beslagen niet onrechtmatig zijn, dat Middengebied Geldermalsen niet heeft aangeboden vervangende zekerheid te stellen, dat de gelegde beslagen de ontwikkeling van project Rijnvallei / Lingewaarden niet belemmeren en dat partijen bij gelegenheid van het overleg van 5 december 2014 onder begeleiding van mr. Falkena afspraken hebben gemaakt over het opheffen van de beslagen per perceel.

Het beslag van 6 februari 2014 is gelegd tot zekerheid van een vordering begroot op € 740.000,00 en diende tot zekerheid van terugbetaling van de geldlening. De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat Middengebied Geldermalsen gehouden is het geleende bedrag aan [eiser] terug te betalen. Middengebied Geldermalsen heeft dat niet gedaan. Zij kan [eiser] daarom niet verwijten dat zij conservatoir beslag heeft gelegd om verhaal van de vordering tot terugbetaling zeker te stellen. Dat conservatoire beslag geeft daarom geen grond om de samenwerkingsovereenkomst te ontbinden.

Het beslag van 27 juni 2014 is gelegd tot zekerheid van een vordering begroot op € 6.400.000,00 en diende tot zekerheid van de vordering tot afrekening van de projecten. De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat uit de aard van de mondeling gesloten overeenkomsten over de samenwerking in de drie projecten voortvloeit dat partijen in beginsel zijn gehouden om na afloop van elk van deze drie projecten daarover met elkaar af te rekenen en voorts dat zij niet nader mondeling zijn overeengekomen dat over de eerste twee projecten pas hoeft te worden afgerekend als het derde project is voltooid. Middengebied Geldermalsen heeft over de eerste twee projecten niet (volledig) afgerekend. Zij kan [eiser] daarom niet verwijten dat zij conservatoir beslag heeft gelegd om verhaal van de vordering tot afrekening zeker te stellen. Ook dat conservatoire beslag geeft daarom geen grond om de samenwerkingsovereenkomst te ontbinden.

Tegen het derde verwijt van Middengebied Geldermalsen dat [eiser] de samenwerkingsverbanden heeft ontbonden op 31 oktober 2014, bevestigd op 5 november 2014, brengt [eiser] onder meer in dat zij de samenwerkingsovereenkomsten niet heeft ontbonden.

De rechtbank heeft hiervoor vastgesteld dat partijen na de berichten van 31 oktober 2014 en 5 november 2014 zich niet hebben gedragen alsof de overeenkomsten waren ontbonden, maar hebben geprobeerd door bemiddeling van mr. Falkena afspraken te maken over verdere nakoming en afwikkeling. Die berichten geven daarom geen grond voor ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst. Het derde verwijt is daarom niet terecht.

Tegen het vierde verwijt van Middengebied Geldermalsen dat [eiser] lange tijd de realisatie heeft geblokkeerd van het eerste contingent woningen (in Lingewaarden) en later obstructie heeft gepleegd bij het sluiten van de depotovereenkomst, brengt [eiser] onder meer in dat Middengebied Geldermalsen niet duidelijk maakt op welke manier zij ( [eiser] ) die realisatie heeft geblokkeerd.

Het had naar het oordeel van de rechtbank op de weg van Middengebied Geldermalsen gelegen om duidelijk te maken hoe dit verwijt zich verhoudt tot haar eigen stelling dat zij ‘ondanks de tegenwerking van [eiser] ’ het appartementencomplex en de tien levensloopwoningen heeft gerealiseerd. Daarmee heeft zij dit verwijt niet voldoende toegelicht, zodat de rechtbank de overeenkomst op grond van dat verwijt niet zal ontbinden. [eiser] was voorts op grond van de samenwerkingsovereenkomst niet gehouden om een depotovereenkomst te sluiten. Daarom kan ook de opstelling van [eiser] bij het sluiten van die overeenkomst geen grond geven voor ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst.

Tegen het vijfde en zesde verwijt van Middengebied Geldermalsen dat [eiser] nog steeds de realisatie van het tweede contingent woningen in Lingewaarden voorkomt en dat zij telkens ten onrechte bezwaar heeft gemaakt tegen uitkeringen uit het depot, brengt [eiser] in dat zij goede redenen had om beslag te leggen en dat het aanbod van Middengebied Geldermalsen om € 4.725.000,00 in het depot te storten voor [eiser] niet voldoende zekerheid bood.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat de conservatoire beslagen die [eiser] heeft gelegd geen grond geven om de samenwerkingsovereenkomst te ontbinden. Voorts heeft zij overwogen dat [eiser] op grond van de samenwerkingsovereenkomst niet gehouden was om een depotovereenkomst te sluiten. De opstelling van [eiser] bij de uitvoering van deze overeenkomst kan daarom geen grond geven voor ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst.

Tegen het zevende verwijt van Middengebied Geldermalsen dat [eiser] het traject bij mr. Falkena heeft tegengewerkt, brengt [eiser] in dat het haar vrij stond om zich bij de bemiddeling door mr. Falkena kritisch op te stellen en dat Middengebied Geldermalsen niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij door die opstelling is tekortgeschoten in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst.

De rechtbank overweegt hierover dat uit de samenwerkingsovereenkomst geen verbintenis voor [eiser] voortvloeit om de bemiddeling van mr. Falkena te accepteren en zich bij die bemiddeling op een bepaalde manier op te stellen. Die opstelling geeft daarom geen grond voor ontbinding van de samenwerkingsovereenkomst.

Tegen het achtste verwijt brengt [eiser] in dat Middengebied Geldermalsen niet aannemelijk maakt dat [eiser] tekortschiet in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomst doordat zij personeelsleden van Middengebied Geldermalsen persoonlijk aansprakelijk stelt.

De rechtbank begrijpt dat Middengebied Geldermalsen doelt op een brief van 23 maart 2016 van de advocaat van [eiser] , waarmee zij [betrokkene 8] persoonlijk aansprakelijk heeft gesteld voor schade die zij lijdt doordat [betrokkene 8] op 24 februari 2016 de projectadministratie bij [bedrijf 3] heeft opgehaald en naar elders gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank vloeit uit de samenwerkingsovereenkomst voor [eiser] niet de verbintenis voort om ervan af te zien een medewerker van Middengebied Geldermalsen persoonlijk aansprakelijk te stellen als zij daartoe aanleiding ziet. Ook dit verwijt geeft dus geen grond om de overeenkomst te ontbinden.

De conclusie is dat de verwijten die Middengebied Geldermalsen aan [eiser] maakt, niet rechtvaardigen dat de samenwerkingsovereenkomsten worden ontbonden.

Gegeven dit oordeel zal de rechtbank het verweer van [eiser] dat de vordering tot ontbinding is verjaard, niet beoordelen.

Verdere standpunten Middengebied Geldermalsen: verrekening en opschorting

Voor het geval dat de rechtbank mocht oordelen dat partijen niet zijn overeengekomen samen drie financieel met elkaar samenhangende projecten te ontwikkelen, neemt Middengebied Geldermalsen subsidiair het standpunt in dat [eiser] geen recht heeft op de helft van de winst. In dat geval moet Middengebied Geldermalsen het geleende bedrag aan [eiser] terugbetalen, maar moet [eiser] het voorschot op de winst dat Middengebied Geldermalsen haar heeft betaald aan haar terugbetalen. Middengebied Geldermalsen vordert in reconventie dat de rechtbank [eiser] ertoe veroordeelt die bedragen aan haar te betalen en wenst haar schuld met deze vordering te verrekenen. Als zij niet zou kunnen verrekenen, doet zij een beroep op haar recht de nakoming van haar betalingsverplichting op te schorten totdat [eiser] aan haar betalingsverplichtingen heeft voldaan.

Zoals hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat [eiser] en Middengebied Geldermalsen drie afzonderlijke overeenkomsten hebben gesloten en dat [eiser] aanspraak heeft op de helft van de winst van deze projecten. Daarom volgt de rechtbank het subsidiaire standpunt van Middengebied Geldermalsen niet.

Afrekening; inzage in projectadministraties

Volgens [eiser] weigert Middengebied Geldermalsen inzage te geven in de individuele projectadministraties. Daardoor kan [eiser] niet vaststellen op welke winsten uit de projecten zij aanspraak kan maken. Ook kan zij de informatie die Middengebied Geldermalsen haar wel geeft, niet controleren. De gegevens die Middengebied Geldermalsen heeft verstrekt, in het bijzonder het na 21 december 2018 ontvangen ongedateerde overzicht, de rapportages van [bedrijf 3] en het overzicht van 3 juli 2020, zijn onvoldoende.

[eiser] meent dat uit de samenwerkingsovereenkomsten voor Middengebied Geldermalsen de verbintenis voortvloeit om rekening en verantwoording af te leggen over het beheer dat zij heeft gevoerd. [eiser] kondigt aan dat zij zal vorderen dat de rechtbank Middengebied Geldermalsen ertoe zal veroordelen om rekening en verantwoording af te leggen, maar zij vordert dat niet. Wel vordert zij dat de rechtbank Middengebied Geldermalsen zal veroordelen om afschrift te verstrekken van de projectadministraties dan wel deze open te leggen, hetzij aan haarzelf ( [eiser] ), hetzij aan een door de rechtbank te benoemen deskundige.

Middengebied Geldermalsen brengt hier onder meer tegen in dat zij contractueel niet gehouden is tot het geven van informatie en dat zij deels onverplicht alle mogelijke informatie aan [eiser] heeft verstrekt.

Het komt er in deze zaak op aan dat partijen met elkaar afrekenen over de zelfstandige projecten Emmalaan / Steenvliet / Middengebied en Hof van Gelre / Rabobank, die al geruime tijd geleden zijn opgeleverd en waarvan alle woningen zijn verkocht. Om te kunnen vaststellen hoe groot de winstdelen zijn waarop bedrag [eiser] recht heeft, heeft de rechtbank behoefte aan voorlichting door een deskundige (art. 194 Rv). Middengebied Geldermalsen, als penvoerder van deze twee projecten, zal de te benoemen deskundige inzage moeten geven in de volledige projectadministraties, zodat deze op basis daarvan zal kunnen vaststellen tot welke resultaten de beide projecten hebben geleid en hoe de projecten financieel moeten worden afgewikkeld. De deskundige zal daarbij moeten uitgaan van wat de rechtbank in dit vonnis over de samenwerkingen heeft overwogen.

Voordat de rechtbank een deskundige zal benoemen, zal zij partijen in de gelegenheid stellen zich uit te laten over:

- de wenselijkheid van een deskundigenbericht;

- het aantal en het specialisme van de te benoemen deskundige(n);

- de aan de deskundige(n) voor te leggen vragen.

De rechtbank is voorlopig van oordeel dat kan worden volstaan met de benoeming van één deskundige op het gebied van de afrekening van projectontwikkelingen en dat de volgende vragen moeten worden gesteld:

Wat is het resultaat van het project Emmalaan / Steenvliet / Middengebied?

Op welk bedrag kan [eiser] aanspraak maken in het kader van de afrekening van dit project?

Wat is het resultaat van het project Hof van Gelre / Rabobank?

Op welk bedrag kan [eiser] aanspraak maken in het kader van de afrekening van dit project?

Het is mogelijk dat de deskundige op basis van de gegevens die aan hem of haar ter beschikking zullen moeten worden gesteld, uitsluitsel kan geven over geschillen op onderdelen die partijen verdeeld houden en die al dan niet in deze procedure aan de orde zijn gesteld. Het is ook mogelijk dat de deskundige de vragen van de rechtbank niet kan beantwoorden zonder een oordeel van de rechtbank over dergelijke geschillen op onderdelen. De rechtbank verwacht van de te benoemen deskundige dat hij in het laatste geval een tussenrapportage opstelt waarin hij uiteenzet wat deze geschillen op onderdelen zijn die een antwoord op de gestelde vragen onmogelijk maken, zodat de rechtbank daarover dan zal kunnen oordelen en de deskundige vervolgens met inachtneming daarvan zijn werk zal kunnen hervatten en voltooien.

Het voorschot op de kosten van de deskundige zal moeten worden betaald door [eiser] . Zij is immers de partij die aanspraak maakt op betaling van haar winstaandeel in de projecten. In het eindvonnis zal de rechtbank beslissen wie van partijen uiteindelijk de kosten van de deskundige moet betalen.

De rechtbank gaat ervan uit dat partijen in onderling overleg overeenstemming bereiken over de persoon die als deskundige gaat optreden. Voor zover partijen daarover geen overeenstemming kunnen bereiken en om die reden iedere partij een deskundige voorstelt, moeten partijen gemotiveerd aangeven waarom zij de voorkeur geven aan de door henzelf voorgestelde deskundige en waarom de door de wederpartij voorgestelde deskundige niet voor benoeming in aanmerking mag komen. Daarbij valt te denken aan zwaarwegende redenen als gebrek aan deskundigheid of gerechtvaardigde twijfels met betrekking tot de onpartijdigheid van de deskundige. Die zwaarwegende redenen moeten worden onderbouwd. De rechtbank zal dan, na weging van de onderbouwing vóór en tegen de benoeming van een potentiële deskundige, een door partijen aangedragen deskundige of een eigen deskundige benoemen.

Partijen zijn het erover eens dat het derde project Rijnvallei / Lingewaarden nog niet is afgesloten. Zodra dat het geval is, zal ook dat project moeten worden afgerekend. Zolang dat nog niet zo is, heeft [eiser] naar het oordeel van de rechtbank nog geen rechtmatig belang bij inzage in de projectadministratie.

Conservatoire beslagen

Middengebied Geldermalsen meent dat [eiser] geen opeisbare vordering op haar heeft. Zij vordert daarom dat de rechtbank [eiser] veroordeelt de door haar gelegde beslagen op te heffen.

[eiser] brengt hier het volgende tegen in. Zij heeft een direct opeisbare vordering op Middengebied Geldermalsen, namelijk de vordering tot terugbetaling van het geleende bedrag. Daarom moeten de beslagen die zij heeft gelegd, volgens haar worden gehandhaafd. Voorts meent [eiser] goede redenen te hebben om de gelegde beslagen te handhaven omdat Middengebied Geldermalsen ondanks herhaalde sommaties blijft weigeren om inzage te geven in de projectadministraties en controle daarvan toe te staan, terwijl haar eigen vermogen inmiddels negatief is, waardoor [eiser] haar vordering tot betaling van haar aandelen in de winsten mogelijk niet meer kan verhalen.

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat het beslag van 6 februari 2014 diende tot zekerheid van terugbetaling van de geldlening en voorts dat Middengebied Geldermalsen gehouden is het geleende bedrag aan [eiser] terug te betalen. Er is daarom geen grond om het beslag tot zekerheid van terugbetaling van de lening op te heffen. De rechtbank heeft voorts overwogen dat het beslag van 27 juni 2014 diende tot zekerheid van de vordering tot afrekening van de projecten en dat Middengebied Geldermalsen heeft over de eerste twee projecten nog niet afgerekend. In deze procedure zal worden beoordeeld of Middengebied Geldermalsen gehouden is winstdelen uit te betalen aan [eiser] , zo ja hoeveel. Iedere verdere beslissing over dit beslag wordt aangehouden.

Schadevergoeding

Volgens Middengebied Geldermalsen is [eiser] tekortgeschoten in de nakoming van de samenwerkingsovereenkomsten doordat zij is opgehouden te financieren, de uitvoering van het project Rijnvallei / Lingewaarden heeft tegengewerkt, beslag heeft laten leggen en ‘alle samenwerkingen’ heeft ontbonden. Voorts stelt zij dat [eiser] bewijsbeslagen heeft gelegd onder [betrokkene 4] en [betrokkene 8] en dat deze beslagen sterk belastend voor hen waren omdat zij het karakter hadden van een ‘inval’ door de deurwaarder, ’s morgens vroeg en in aanwezigheid van de politie. Zij vordert daarom schadevergoeding op te maken bij staat, in het geval van het bewijsbeslag namens [betrokkene 4] en [betrokkene 8] .

[eiser] brengt tegen deze vordering in dat zij niet is tekortgeschoten en dat Middengebied Geldermalsen geen schade heeft geleden.

De rechtbank heeft in haar overwegingen over de vordering van Middengebied Geldermalsen tot ontbinding van de overeenkomsten geoordeeld dat de verwijten die Middengebied Geldermalsen aan [eiser] maakt, geen grond geven voor ontbinding van de overeenkomsten. Deze verwijten geven evenmin grond om [eiser] te veroordelen tot schadevergoeding.

Over schade die [betrokkene 4] en [betrokkene 8] hebben geleden door de sterk belastende bewijsbeslagen stelt Middengebied Geldermalsen niets. De aannemelijkheid van schade is ook niet op voorhand gegeven. Deze vordering zal reeds daarom worden afgewezen.

De vorderingen

De rechtbank is aldus voornemens een deskundige te benoemen en deze op te dragen op basis van de projectadministraties te berekenen wat de resultaten zijn van de projecten Emmalaan / Steenvliet / Middengebied en Hof van Gelre / Rabobank en op betaling van welke bedragen [eiser] aanspraak kan maken in het kader van de afrekening van die projecten. Beslissingen over betaling van winstdelen en over verstrekking van inzage in de projectadministratie zullen worden aangehouden in afwachting hiervan. Ook beslissingen die voortvloeien uit hiervoor gegeven overwegingen zullen worden aangehouden in afwachting van de rapportage van de deskundige. Hieronder volgt een overzicht van die beslissingen.

De vorderingen in conventie in de zaak met rolnummer 14-106

De rechtbank zal Middengebied Geldermalsen veroordelen om het geleende bedrag van € 687.936,53 aan [eiser] terug te betalen, te vermeerderen met 4% rente per jaar vanaf 15 september 2005 met boeterente, bestaande uit de wettelijke rente over het achterstallige bedrag. De vorderingen tot vergoeding van invorderingskosten en buitengerechtelijke incassokosten zullen worden afgewezen.

De vorderingen in reconventie in de zaak met rolnummer 14-106

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat zij tot geen ander oordeel kan komen dan dat partijen geen duidelijke afspraken hebben gemaakt over de financiering van de projecten en dat zij niet uit enig gedrag van de ander hebben mogen opmaken wat als overeengekomen kan gelden. De rechtbank zal de vordering van Middengebied Geldermalsen om [eiser] te veroordelen om haar financieringsverplichtingen met betrekking tot het project Lingewaarden / Rijnvallei na te komen daarom afwijzen.

De rechtbank heeft voorts overwogen dat zij het subsidiair door Middengebied Geldermalsen ingenomen standpunt dat partijen geen samenwerkingsovereenkomsten hebben gesloten, niet volgt. Daarom zal zij ook de vordering afwijzen om [eiser] te veroordelen aan haar betaalde voorschotten op de winst terug te betalen. Middengebied Geldermalsen heeft daarmee dus ook geen vordering op [eiser] die zij kan verrekenen met haar schuld aan [eiser] . Zij is dus ook niet gerechtigd om de nakoming van haar betalingsverplichtingen op te schorten met het oog op verrekening.

Aangezien [eiser] een vordering op Middengebied Geldermalsen heeft tot terugbetaling van het geleende bedrag en mogelijk een vordering tot betaling van de winstdelen, zal de rechtbank de conservatoire beslagen die [eiser] heeft gelegd ten laste van Middengebied Geldermalsen niet opheffen.

De vorderingen in conventie in de zaak met rolnummer 14-399

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat niet in geschil is dat partijen zijn overeengekomen om de projecten Emmalaan / Steenvliet / Middengebied, Hof van Gelre / Rabobank en Rijnvallei / Lingewaarden samen te ontwikkelen en dat zij de winsten van die projecten zouden delen. Zij zal dat daarom voor recht verklaren, zoals door [eiser] gevorderd. De rechtbank heeft voorts overwogen dat zij tot geen ander oordeel kan komen dan dat partijen geen wilsovereenstemming hebben bereikt over de inhoud van de niet-ondertekende overeenkomsten. Zij zal daarom niet voor recht verklaren dat de niet-ondertekende overeenkomsten van 17 mei 2000 en van 15 december 2004 van toepassing zijn op de samenwerking tussen [eiser] en Middengebied Geldermalsen, zoals eveneens door [eiser] gevorderd. Zij zal dus ook niet toewijzen de op art. 4 van de niet-ondertekende overeenkomst van 15 december 2004 gegronde vordering van [eiser] om Middengebied Geldermalsen te veroordelen de heer [betrokkene 9] namens [eiser] zitting te laten nemen in het projectteam van project Rijnvallei / Lingewaarden.

De vorderingen in reconventie in de zaak met rolnummer 14-399

De rechtbank heeft hiervoor overwogen dat de verwijten die Middengebied Geldermalsen aan [eiser] maakt, niet rechtvaardigen dat de samenwerkingsovereenkomsten worden ontbonden. Zij zal de overeenkomsten dus niet ontbinden en zij zal dus ook niet voor recht verklaren dat geen winstuitkeringen aan [eiser] toekomen ten aanzien van de projecten Emmalaan / Steenvliet / Middengebied, Hof van Gelre / Rabobank en Rijnvallei / Lingewaarden. Ook zal zij [eiser] niet veroordelen tot het vergoeden van schade op te maken bij staat.

De rechtbank zal de conservatoire beslagen die [eiser] heeft laten leggen niet opheffen; niet op vordering in reconventie in de zaak met rolnummer 14-106 en vooralsnog ook niet op vordering in reconventie in de zaak met rolnummer 14-399.

5. De beslissing

in de zaak met rolnummer 14-106

houdt alle beslissingen aan in afwachting van het deskundigenbericht in de zaak met rolnummer 14-399,

in de zaak met rolnummer 14-399

stelt [eiser] in de gelegenheid zich uit te laten over het voornemen van de rechtbank om een deskundige te benoemen, zoals overwogen in rov. 4.63,

verwijst de zaak daartoe naar de rol van 13 maart 2024 voor akte aan de zijde van [eiser] ,

verstaat dat Middengebied Geldermalsen een antwoordakte zal kunnen nemen,

houdt alle beslissingen aan in afwachting van de aktewisseling.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Meijer en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2024.

115 / 560

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?