6 januari 2015
Strafkamer
nr. 13/03882 B
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, van 26 juni 2013, nummer RK 13/725, op een klaagschrift als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager] , gevestigd te [vestigingsplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de klager. Namens deze heeft mr. J.A. Schadd, advocaat te Arnhem, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld.
De Advocaat-Generaal G. Knigge heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de klager in het cassatieberoep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Het gaat in deze zaak om de inbeslagneming onder [betrokkene] van een personenauto met het kenteken [AA-00-BB]. De Rechtbank heeft bij de bestreden beschikking het klaagschrift van de klager strekkende tot teruggave aan hem van de inbeslaggenomen personenauto ongegrond verklaard.
Uit door de Advocaat-Generaal ingewonnen inlichtingen blijkt dat het inbeslaggenomen voorwerp is teruggegeven aan de beslagene.
Art. 134, tweede lid, Sv luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
"Het beslag wordt beëindigd doordat hetzij
a. het inbeslaggenomen voorwerp wordt teruggeven, dan wel de waarde daarvan wordt uitbetaald;
(...)"
Gelet op het voorgaande is het beslag inmiddels beëindigd zodat de klager in het cassatieberoep niet kan worden ontvangen.
3. Beslissing
De Hoge Raad verklaart de klager niet-ontvankelijk in het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman en Y. Buruma, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 6 januari 2015.